Mijn waterschap
Door Anneke Beukers

Water

‘Aj verzoepen dan slao ik joe dood.’ Het is een uitspraak van mijn oma. We moesten er altijd enorm om lachen. “Oma, dat kan toch niet”, zeiden we. Mijn opa en oma woonden aan een “wieke”, Drents voor een veenwijk, in Erica.

Ik ben daar geboren maar mijn ouders verhuisden al snel naar de Pannekoekendijk. Echter ook daar aan alle kanten water. In de sloot voor ons huis, de veenwijken voor en achter. Spelen om en aan het water is een vast deel van mijn jeugdherinneringen. De berm, of de “wiekswalle”, zoals wij het noemden, was vol bloemen, vogels, vlinders, insecten. Bij mooi weer kon je soms een adder zien liggen zonnen en er was van alles in het water; kikkers, vissen, salamandertjes en wat al niet meer.

Mijn oma was bang voor water, en bang dat wij zouden verdrinken. Mijn moeder daarentegen was er dol op. Ik ben bang dat ik dat van haar geërfd heb. Zwemmen, zeilen, roeien, ik houd ervan.

Ik vertrok uit Erica, ging studeren, woonde eerst in de kop van Overijssel en vestigde me later in Twente, in Westerhaar. Het grootste voorrecht vind ik dat ik weer aan een “wieke” woon. Deze wijk loopt naar de Engbertsdijkvenen. Als ik die heel speciale geur van het water opsnuif, weet ik dat ik thuis ben.

Naast mijn werk ben ik al vele jaren actief in de politiek, in de Staten van Overijssel. Ik was de afgelopen vier jaar waarnemend voorzitter van de Staten, vaste voorzitter van de Commissie Ruimte en Water en daarnaast nog woordvoerder voor andere portefeuilles zoals cultuur (Nedersaksisch) en milieu en energie. Een onderwerp waarin ik me heb vastgebeten is de aandacht voor laaggeletterdheid. Politiek en besturen vind ik prachtig mooi werk. Je kunt stem geven aan iets wat van nature geen of weinig stem heeft.

En nu sta ik op de lijst voor het Waterschap Vechtstromen. Zo’n waterschap houdt zich niet aan provinciegrenzen waardoor ik, als ik tenminste gekozen word, ook de belangen van mijn geboortestreek, Zuidoost Drenthe, kan behartigen.

Water, ooit toen ik nog klein was in Drenthe dacht ik dat water gewoon was. Maar dat is het niet.  Overigens waren toen de eerste tekenen van onzorgvuldige waterhuishouding al merkbaar. Als er een schip door het grote kanaal ging, moesten soms bij ons de deuren en ramen dicht, zo stonk het. Daar is inmiddels heel veel aan verbeterd. Het water is redelijk schoon, maar we laten het wel ver komen voordat we iets veranderen. Dat is nog steeds het geval. In en om het water wordt het akelig stil. De vlinders van weleer die opvlogen als we in het lange gras langs het water liepen, die zijn er niet meer. De diversiteit aan bloemen die we in een veldboeket bij elkaar zochten is niet meer te vinden.

Daarom sta ik op de lijst van een Waterschapspartij. Water op peil houden, zorgen voor droge voeten, maar ook voor natte sloten. Tegelijkertijd het beheer zo uitvoeren dat de bermen weer rijker worden aan bloemen, planten en diersoorten. Water en waterpartijen waarin je veilig kunt zwemmen, waarvan je kunt genieten. Wateroevers waar onze weidevogels kunnen broeden. Daar wil ik me de komende vier jaar voor gaan inzetten en als ik in het bestuur kom, ga ik regelmatig schrijven over mijn wederwaardigheden.

Reacties? Mail naar info@annekebeukers.nl