Kamervragen over dreigende uitzetting familie Qadiri

Den Haag - Kamerlid Hans Spekman (PvdA) heeft vragen gesteld aan minister Gerd Leers van immigratie en asiel over de dreigende uitzetting van de familie Qadiri in Aalden naar aanleiding van de uitzending van Uitgesproken VARA van maandagavond.

De vragen zijn als volgt: 1. Heeft u kennisgenomen van de uitzending van Uitgesproken VARA van 18 juli jl.? 2. Klopt het dat de minderjarige asielkinderen Amina (9 jaar oud) en Dawud (11 jaar) hun gehele respectievelijk vrijwel gehele leven in Nederland verblijven? 3. Klopt het, zoals de uitzending laat zien, dat zij opgegroeid zijn in Nederland, in Nederland op school zitten en geworteld zijn in de gemeenschap van Aalden? 4. Klopt het dat bij u duizenden steunbetuigingen voor de kinderen zijn binnengekomen en dat talloze vriendjes, vriendinnetjes, klasgenoten en dorpsgenoten uit Aalden u dringend hebben verzocht om deze kinderen verblijf in Nederland te verlenen? 5. Klopt het dat deze asielfamilie weliswaar is uitgeprocedeerd, maar dat de terugkeer naar één van de landen van herkomst van de ouders, Afghanistan of Tadzjikistan, die buitengewoon ingewikkeld ligt, al jarenlang niet is gelukt? 6. Indien op de vorige vier vragen een bevestigend antwoord moet worden gegeven; waarom wordt in het belang van de kinderen, onder dit soort uitzonderlijke situaties, dan geen verblijfsvergunning verstrekt? 7. Deelt u de mening: dat het strijdig is met alle vormen van medemenselijkheid om deze gewortelde kinderen die thuis zijn in Nederland na tien jaar nog terug te sturen naar een onbekend land, dat het voor de sociale en educatieve ontwikkeling van Amina en Dawud buitengewoon schadelijk is om in een cruciale, vormende fase van hun leven gedwongen hun school te onderbreken en hun hele sociale omgeving en thuisland achter te laten, dat het aan niemand in Aalden, aan niemand van de klasgenootjes van Amina en Dawud, aan niemand van alle, vele betrokkenen bij deze kinderen, uit te leggen is dat zij, die uit Nederland komen en hier thuis zijn, gedwongen uitgezet worden, dat Amina en Dawud als twee in Nederland opgegroeide, de Nederlandse taal sprekende, in Nederland opgeleide, en volledig de Nederlandse identiteit eigen zijnde kinderen, van enorme positieve waarde voor onze samenleving kunnen zijn en dat het vreemdelingenbeleid, naast consequent uitgevoerde regels, ook oog moet hebben voor de belangen van kwetsbare kinderen, die er niets aan kunnen doen dat zij kind zijn van asielzoekers en voorwerp zijn van lange procedures en terugkeerperikelen, maar vooral en het meest, dringend gebaat zijn bij een einde aan de onzekerheid, een stabiele leefomgeving en het onbezorgd kunnen leven en leren in Nederland? Spekman besluit zijn vragenreeks met: 'En zo nee, waarom niet?'