Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

Pakhuis De Vlijt kent roemruchte geschiedenis

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed omschrijft het pakhuis De Vlijt als volgt: ‘Het relatief hoge gebouw ligt aan het water en stipuleert de havenfunctie van Coevorden’. Ook vindt de Rijksdienst dat het pakhuis van cultuurhistorisch belang is in relatie tot het gehele complex. Stedenbouwkundig van essentieel belang in relatie tot het te beschermen stadsgezicht van Coevorden.

Architectuurhistorisch van belang vanwege de specifieke functie, typologie en relatief hoge mate van gaafheid. Tot zover de Rijksdienst. Het werd gebouwd in opdracht van Gerson Levie. Het ontwerp is waarschijnlijk van Joh. D. Meppelink.

Voor de tijdsperiode dat het gebouwd werd was het nieuw dat het graan dat per schip werd aangevoerd per elevator werd gelost. Levie was een echte ondernemer die niet alleen de granen van de boeren uit de omgeving kocht maar ook graan met scheepsladingen tegelijk uit de Rotterdamse haven betrok.

Dievenbende

Minstens eenmaal in de veertien dagen legde er een graanschip uit Rotterdam aan. Via de Zuiderzee, het Zwarte Water en de Dedemsvaart kwamen de schepen naar de Coevorder Haven. Op de terugreis naar Rotterdam namen de schippers vaak een lading karton mee van de kartonfabriek.

In 1909 werd het personeel van graanhandelaar Levie omschreven als een echte dievenbende. Wat was er volgens het nieuwsblad van Friesland gebeurt. ‘Allen, van den meesterknecht tot den jongsten werkman, deden zaken met het graan van den patroon, alsof het hun eigen was. En de landbouwers, tuk op een goedkoopje deden liever zaken met de knechten dan met den patroon zelf’.

Gevangenisstraf

En zo kon het gebeuren dat in een kort tijdsbestek veel graan uit de fabriek verdween. Op een gegeven moment kwam Levie er achter hoe het personeel zijn belangen behartigde en deed aangifte. In verband met de diefstal van het graan werden vijf van de ontslagen knechten in voorlopige hechtenis gesteld en werden naar Assen overgebracht. Een van de werknemers had de wijk genomen naar Duitsland. Bij ene J.H. aan het Stieltjeskanaal werden nog een groot aantal lege zakken door de politie aangetroffen. Op 20 oktober 1909 kwam het voormalig personeel van Levie voor de rechter. In verband met leeftijd en betrokkenheid werd tegen vijf van de oud personeelsleden straffen geëist variërend van anderhalf tot een half jaar gevangenisstraf.

Jan Kuipers

De meesterknecht hoorde negen maanden gevangenisstraf tegen zich eisen en de landbouwer die het graan voor een derde van de waarde had gekocht was de eis een jaar en drie maanden gevangenisstraf. Levie had geen opvolger en daarom besloot hij in 1919 zijn bedrijf van de hand te doen. Er kwam echter geen geschikte koper opdagen zodat hij op het idee kwam er een naamloze vennootschap van te maken. Met behulp van enkele zakenvrienden lukt het hem genoeg aandeelhouders te interesseren zodat de Centrale Handelsmaatschappij kon worden opgericht. Jan Kuipers, veevoederhandelaar uit Dalen werd een van de nieuwe directeuren.

Vanaf 1926 was Kuipers alleen directeur en zou nog enkele tientallen jaren de Centrale Handelsmaatschappij gaan leiden. Jan Kuipers was naast directeur ook actief in de Coevorder samenleving. Van 1929 tot 1960 was Kuipers gemeenteraadslid en als voorzitter van Coevorder Handelsvereniging deed hij zijn uiterste best het plaatselijke bedrijfsleven te bevorderen. De brug over het Stieltjeskanaal heet niet voor niets de Jan Kuipersbrug.

Bron: Stap voor stap door Coevorden van H.D. Minderhoud