Oud-medewerkers CQ doen aangifte tegen Emmen en Coevorden

Emmen – Voormalige leerkrachten van kunstencentrum CQ hebben maandagochtend aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM) gedaan vanwege betrokkenheid bij mogelijke fraude en onrechtmatig handelen door de gemeenten Coevorden en Emmen.

Om dezelfde reden is aangifte gedaan tegen het voormalige stichtingsbestuur, die bestond uit de heren J. Veldkamp en C.P.J. (Barthold) Ludwig. De oud-medewerkers vragen de officier van justitie om de zaak strafrechtelijk in onderzoek te nemen.

Het OM heeft de door het oude CQ-personeel beschikbaar gestelde documentatie overgedragen aan het FIOD, de opsporingspoot van de Belastingsdienst. Samen met het OM bepalen zij of er daadwerkelijk onderzoek naar strafbare feiten moet worden ingesteld.

De boot af

Het kunstencentrum ging op 14 juli 2014 failliet. Tot het voortijdige einde waren er 77 mensen in dienst. Sinds augustus probeert een deel van de voormalige staf in gesprek te komen met beide gemeente. Emmen weigert dit omdat wethouder Jisse Otter eerst het onderzoek naar de afwikkeling van het toenmalige faillissement wil afwachten. Ook wethouder Jeroen Huizing van de gemeente Coevorden houdt de boot tot nu toe af.

Eigen gewin

In de aanloop naar het einde ondertekenden de medewerkers een nieuwe cao. Volgens hen werd hun deze hun door de gemeente opgedrongen onder dreiging van de financiële ondergang van het kunstencentrum. CQ zat toen diep in de schulden. De gemeente stelde volgens de oud-medewerkers voor om de schuld om te zetten in een hypotheek op het CQ-gebouw in Emmen en daar een 25-jarige lening tegen over te plaatsen. Voorwaarde was wel dat een nieuwe cao moest worden geaccepteerd, stelden de leerkrachten in november in deze krant. Het veranderen van de rechtspositieregeling maakte dat de oud-medewerkers salaris, uitkering en werkbegeleidingstrajecten misliepen. Want de gemeente Emmen eiste volgens in korte tijd haar schuld op in de wetenschap dat CQ die niet kon betalen. Volgens de medewerkers heeft de gemeente expres aangestuurd op het opdoeken van de culturele instelling en het faillissement daarmee gebruik voor eigen financieel gewin.

Oorverdovend stil

De oud-medewerkers proberen al een half jaar lang hun gram te halen en wensen dat de gemeente hun alsnog voorzien van een gedegen financiële compensatie. Een rechtszaak willen zij liever vermijden vanwege de lange duur en het onnodig aanwenden van belastinggelden. ‘Onze eerste inzet is en blijft dat we met de desbetreffende wethouders om tafel komen’, aldus jurist Mark Gerrits van de Nederlandse Toonkunstenaarsbond, die samen met collega Anne Jan de Graaf van de FNV Kunstenbond de aangifte namens de oud-medewerkers heeft ingediend. ‘Men weigert nog steeds om tafel te gaan, ondanks maandenlange toenaderingspogingen en het inspreken tijdens commissievergaderingen in december en januari. Vanuit de kant van de politiek blijft het oorverdovend stil.’

Scheve schaats

De gang naar de rechter is de enige keus die overbleef, aldus Gerrits. De denkfout die de gemeente volgens hem maakt is dat er vanuit gegaan wordt dat het gaat om de vorderingen tot het faillissement. Maar wij zeggen dat de gemeente een scheve schaats heeft gereden door het onterecht wijzigen van de rechtspositie. Al die mensen waren dan niet ontslagen geweest en hadden dan allerlei vormen van ondersteuning en doorbetaling van loon tegemoet mogen zien. De rechtspositie is in onze ogen gehandhaafd gebleven tot het uitroepen van het faillissement.’ Daarom hebben de oud-medewerkers alsnog recht op een vorm van compensatie, besluit Gerrits.