Vlinders vertellen hoe het gaat met Drentse natuur

Zwiggelte - Euforie alom op 17 december in café-restaurant De Klipper in Zwiggelte. Ruim honderd genodigden waren bijeen voor de presentatie van de nieuwe vlinderatlas Dagvlinders in Drenthe. De vorige vlinderatlas verscheen in 2003.

Sindsdien is de vlinderfauna in Drenthe veranderd. De euforie over samenstelling, tekst en vooral de schitterende foto’s in de nieuwe atlas werd getemperd door harde feiten: terugloop van boerenlandvlinders en de afname van vlinders waardoor Drenthe bekend staat. Secretaris van Vlinderwerkgroep Drenthe, Minko van der Veen, in Zwiggelte: ‘Drenthe gaat wat vlinders betreft meer op Nederland in het algemeen lijken. Typisch Drentse soorten als heivlinder en veenbesparelmoervlinder nemen snel in aantal af. De afname van soorten die op de heide en in het veen leven vertelt hoe de natuur in Drenthe ervoor staat. In de toekomst moet goed beheer voor verbetering zorgen.’ Als oorzaken van de teloorgang van specifiek Drentse soorten werden vermesting, verdroging, landbouwgif en versnippering van leefgebieden genoemd.

De getallen spreken voor zich: 1889 waarnemers bezochten de 2823 kilometerhokken in Drenthe en verzamelden 225.294 waarnemingen voor de atlas. De gegevens werden in grafieken en tabellen verwerkt en voor elke vlindersoort werd een stippenkaart gemaakt waarop het voorkomen per kilometerhok zichtbaar wordt. Grafieken zijn wellicht niet zo interessant voor de doorsnee lezer, maar vrees niet, de teksten bij de vlinders zijn heel toegankelijk en jong en oud zullen genieten van de fantastische foto’s van twintig natuurfotografen.

De samenstellers kozen voor een indeling in leefgebieden, zoals bossen en houtwallen, hoogveen en vennen en heide en stuifzanden. De vlindersoorten in de biotopen worden eerst op een rijtje gezet en over de biotoop wordt in het kort iets verteld. Dan volgt de bespreking van de vlinders met perfecte afbeeldingen en een verspreidingskaart. Het beste is, de vlinderatlas bij de tafel te bekijken. Om de tekst duidelijk te laten overkomen, is voor een groot lettertype gekozen en de foto’s wilde men groot afbeelden. Vandaar het grootformaat 30x30 cm. Een boek dat iedere Drent in zijn of haar bezit wil hebben.

Aandacht voor nectarplanten

Landelijk staat Drenthe bekend om vlinders die gebonden zijn aan arme zandgronden en veengebieden. In heidegebieden zijn dat gentiaanblauwtje, heideblauwtje, heivlinder, kommavlinder en argusvlinder. Hun aantal is gehalveerd en de argusvlinder is vrijwel uitgestorven in onze provincie. In veengebieden nam het veenbesblauwtje dramatisch in aantal af. De veenbesparelmoervlinder is zeer zeldzaam geworden. Het veenhooibeestje komt uitsluitend nog in het Fochteloërveen voor, de aardbeivlinder in het Bargerveen. Tot enkele jaren geleden telde de vlinderwerkgroep nog tientallen graslandvlinders. Ze zijn afhankelijk van de aanwezigheid van schrale begroeiingen met voldoende nectarplanten. Bestrijdingsmiddelen als neonicothinoïden verwaaien naar bermen rondom akkers. Nectarplanten worden vergiftigd. Fnuikend is ook de zware bemesting van maïsakkers. Bijen en vlinders verdwijnen door de negatieve invloed van mest op nectarplanten.

De atlas besteedt aandacht aan het beheer van bermen door Provincie en gemeenten. Bloemrijke bermen trekken nu eenmaal insecten aan. De Vlinderidylles van Zuidwolde en Hoogeveen moeten in de komende jaren eveneens bijdragen aan het behoud en de uitbreiding van vlindersoorten. Toch zijn er ook positieve berichten. Het bont zandoogje breidde zich in Drenthe uit, vooral in natuurgebieden. Eveneens komen in Drenthe meer Icarusblauwtjes en gehakkelde aurelia’s voor. Maar dan vragen mensen je waarom er in 2015 en 2106 zo weinig vlinders op de vlinderstruik verschenen. Een paar atalanta’s, een dagpauwoog en enkele klein geaderde witjes, terwijl in de jaren daarvoor de vlinderstruik vol vlinders zat. Schrijnend laag zijn de aantallen vlinders in stad, dorp en buitengebieden. Pas in de nazomer vond ik zes verse distelvlinders en vijf verse dagpauwogen op ecoduct Stiggeltie bij Linde. Dat maakte vlinderjaar 2016 toch nog een beetje goed.