Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

Woedende volksmenigte bestormt stadhuis tijdens IJzerkoekenoproer

Iedereen heeft wel eens van een oproer in een of andere stad gehoord. Ook Coevorden kent zo zijn eigen oproer en wel in 1770.

Het Coevorder stadsbestuur besloot in dat jaar op voorstel van de Kerkenraad van de Nederlands Hervormde Kerk tot "afschaffing van dat oudt en slegt gebruik, dat op Nieuwejaarsdagh lange heeft plaats gehadt, met betrekking tot het uitdelen van zoogenoemde Nieuwjaars- of ijzerkoeken aan straatlopers en soortgelijken”.

En zo kreeg Coevorden het ijzerkoekenoproer want het verzoek werd door 142 notabelen gesteund. De Kerkenraad vond een welwillend oor bij het stadsbestuur en op 22 december 1770 vaardigde het stadsbestuur een verordening uit waarin stond dat het ten strengste verboden was ijzerkoeken uit te delen.

Het verbod veroorzaakte grote onrust onder de bevolking. Enkele burgers riepen op tot een protestactie op het kerkhof bij de kerk. Om de openbare orde te kunnen handhaven verbood de magistraat de demonstratie. Maar dit was water op vuur gooien. Het protestverbod sterkte de burgers hun weerstand tegen kerk en bestuur.

Op oudjaaravond bestormde een woedende volksmenigte het stadhuis in de Kerkstraat waar op dat moment het stadsbestuur voor een vergadering bijeen was. Aangevoerd door de ijzerkoekenbaksters eisten de burgers van Coevorden opheffing van het verbod. In eerste instantie nog via diplomatieke weg door het opstellen van een brief. De magistraat legde deze echter naast zich neer. Omdat de burgers zich niet gehoord en serieus genomen voelde, nam de menigte een dreigende houding. Scheldwoorden werden geuit en gebalde handen geheven naar de stadsbestuurders die vanachter de ramen toekeken. Demonstraten dreigden zelfs met het gooien van straatkeien door de ruiten. Vrouwen zwaaiden met hun ijzers.

De hoge heren stonden met de rug tegen de muur en konden uiteindelijk niets anders dan toegeven aan de eisen. De Coevordenaren waren echter wantrouwend en besloten te blijven. Als ze weer vredig naar huis zouden gaan, konden de bestuurders zich weleens bedenken.

In deze dreigende sfeer waren de stadsbestuurders angstig geworden om het stadhuis te verlaten. De bode werd naar de commandant van het garnizoen gestuurd met een verzoek om begeleiding door soldaten. Bronnen vertellen verschillende verhalen. Een verhaalt over het vertrek van de magistraat onder bescherming van soldaten. Een andere bron geeft aan dat de stadsbestuurders diezelfde avond nog vrede moesten sluiten met het volk, waarbij zij angstig het stadhuis verlieten en allerlei verwensingen naar hun hoofd geworpen gekregen door de menigte.

In de door H. Boom in zijn reisherinneringen “Uit Assen naar Oost en West, naar Zuid en Noord” gepubliceerd in 1879 in de Provinciale Drentsche en Asser Courant werd het zo beschreven: Toen de gegoede burgeressen naar ’t stadhuis stroomden, de burgemeesters, die het bakken van nieuwjaarskoeken wilden beperken, van ’t kussen joegen, hen nog op de straat vervolgeden en met de ijzers knepen in een gedeelte van hun respectabel ligchaam, ’t welk begint waar de ruggegraad eindigt”.

Het werd uiteindelijk een overwinning voor het volk. Op nieuwjaarsdag werden gewoon ijzerkoeken uitgedeeld en veel gedronken. En voor decennia zou deze traditie voortbestaan. In 2008 werd op 31 december op initiatief van MFC -Metal Front Coevorden- op exact dezelfde plaats bij het voormalig stadshuis het IJzerkoekenoproer herdacht met gratis Bisschopsbier en ijzerkoeken. Burgemeester Bert Bouwmeester waagde het er op om bij het opstandige volk te verschijnen. In tegenstelling tot 1770 werd het in 2008 een gezellige bijeenkomst, al was het maar dat Bouwmeester een fles jenever met bijbehorende glaasjes had meegenomen.