Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

Kasteel Coevorden kent roemruchte geschiedenis

Nederland bezit verscheidene kastelen, waarvan de meeste te vinden zijn in Gelderland, Utrecht, Overijssel en Limburg. Drenthe bezit slechts één kasteel en dat bevindt zich in Coevorden.

De plaats Coevorden wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde uit het jaar 1148, terwijl het 'Castrum Caforde', ofwel Kasteel Coevorden, voor het eerst in 1159 genoemd wordt. Dit is voor een kasteel vrij vroeg, want de meeste kastelen werden in de dertiende eeuw gebouwd.

In de loop der jaren is er veel gebeurd met het kasteel en de bewoners. Laat ik beginnen met het bewind van bisschop Hartbert (1113-1140) en zijn opvolgers. Coevorden was het centrum van het bestuur over Drenthe en Groningen, want in die tijd behoorde Groningen bij Drenthe. Tijdens bisschop Boudewijn van Holland was er veel strijd en in de jaren 1178-1196 is er vermoedelijk veel gevochten rondom het kasteel en Coevorden. In 1195 werd er een vredesverdrag gesloten.

Van de Duitse keizer hadden de Utrechtse bisschoppen het jachtrecht van Drenthe gekregen en zij waren vast van plan om de Drenten goed in toom te houden. Maar onder leiding van de kastelein van het bisschoppelijk kasteel, de Heer Rudolf van Coevorden kwamen de boeren in opstand. En zo kon het gebeuren dat op 27 juli 1227 een groep Drentse boeren het goed uitgeruste leger van de bisschop tegemoet trad. Hier heeft list het van kracht gewonnen want na veel schermutselingen lukt het de boeren om de bisschop met zijn leger in het moeras te lokken.

Het is genoegzaam bekend wat er met de bisschop en zijn leger is gebeurd, de bisschop werd vermoord en het leger verslagen. Dit treffen is geschiedenisboeken in gegaan als de Slag bij Ane. Met Rudolf van Coevorden liep het ook niet goed af. In 1230 werd hij met een list naar Hardenberg gelokt waar hij voor, een door bisschop Otto samengesteld gerecht werd veroordeeld en vermoord.

Tussen 1230 en 1274 voerden de machtige Heren van het geslacht Borculo het bewind in het kasteel van Coevorden. In 1275 noemden Hendrik lll zich Burggraaf van kasteel Coevorden. Zijn opvolger Reinoud l noemde zich 'prefectus' van Coevorden, wat zoveel betekent als een soort militair bewindvoerder. In 1347 benoemde Reinoud lll zich tot Heer van Coevorden. Bisschop Frederik van Blankenheim vond het in 1395 weer tijd worden om de macht over te nemen en zorgde er voor dat de Utrechtse bisschoppen het weer voor het zeggen kregen. 

In 1522 wordt Coevorden bezet door de Gelderschen onder leiding van Johan van Selbach, terwijl op 10 november 1536 Coevorden en het kasteel bezet werden door troepen van Karel V met aan het hoofd Schenk van Toutenburg. In 1551 nam Karel V het besluit om de vesting te ontmantelen. Het kasteel zou blijven als het was in de tijd van bisschop Frederik van Blankenheim echter in 1579 werd de vesting weer versterkt. Prins Maurits kwam in 1592 naar Coevorden om er een grensvesting van te maken. De bekende vestingbouwer van de Prins, Menno van Coehoorn voltooide de laatste vestingwerken.

Nu zijn we aanbeland bij een bekend jaartal, namelijk 1672. Op 7 juli van dat jaar werd door Bernhard von Galen, bisschop van Münster, het beleg opgeslagen. Na enkele dagen strijd gaf de stad zich over. De bisschop wordt in de volksmond Bommen Berend genoemd vanwege het veelvuldige gebruik van door kanonnen afgeschoten bommen, voor die tijd het modernste wapentuig waarmee aanzienlijke schade werd aangericht binnen de stadsmuren. Pas op 29 december kwam de vesting Coevorden weer in staatse handen. Hierbij maakte Von Rabenhaupt dankbaar gebruik van Meindert van der Thijnen die kaarten van Coevorden naar Groningen smokkelde.

Dit was nog maar een kleine greep uit de bewoners van het kasteel en hun strubbelingen. Ik kom hier in deze rubriek vast nog wel een keer weer op terug.