Mo(nu)mentje 334: Bentheimerblok fraai gerestaureerd

En weer is een monumentaal gebouw, herinnerend aan de vestingstad Coevorden, voor het nageslacht bewaard. Het Bentheimerblok, eens een kazerne bij de voormalige Bentheimerpoort, is gerestaureerd en staat te blinken in de zon.

Helaas zijn de etalageramen van rijwielhandelaar Henk Hoiting in de voorgevel niet vervangen door de oorspronkelijke hoofddeur met twee grote ramen aan weerszijden en herinnert ook het voorste deel van de zijgevel aan het economisch verleden. Maar toch, het resultaat mag er zijn. De muurijzers in de gevel evenals de haak voor het ophijsen van goederen boven het raam zijn weer goed zichtbaar. Het gebouw is nu 18,5 meter lang, maar mat na de verbouwing in 1770 nog 76 meter bij de nog huidige breedte van 8,5 meter. Na de verkoop in 1852 werd de lengte tot ongeveer een kwart teruggebracht.

Kapiteinspaviljoen

Het Bentheimerblok was een van de zeven kazernes in de vesting, die na 1605 werden gebouwd. Elk blok herbergde een compagnie beroepsmilitairen onder bevel van een aanvoerder, die zich met zijn eenheid verhuurde. Zo huisvestte dit blok in 1655 de compagnie van kapitein Burum met 37 soldaten en het eskadron van ritmeester Hagewolt met 35 ruiters. De compagnie was zwaar onderbezet en dat terwijl de kazerne met 22 soldatenkamers voor elk 8 soldaten 176 manschappen kon huisvesten. Kapitein Burum bewoonde het kapiteinspaviljoen, een voor die tijd luxueus appartement aan de voorkant. Het bevatte verscheidene ruime kamers, een keuken, een washuis, een domestiquen -(bedienden) kamer en een achterkeuken. Het werd trouwens niet altijd door een officier bewoond.

Toen de gouverneur van de vesting Frederik van Eybergen, onder wiens bevel de zo geslaagde aanval van 30 december 1672 had plaatsgevonden, in 1675 in de Zuidelijke Nederlanden tegen de Fransen sneuvelde, moest zijn weduwe het Gouvernement bij het kasteel ontruimen. De aanzienlijke vrouwe kreeg toen voor haar leven lang het leegstaande kapiteinslogement ter beschikking, maar ze kon het pas in 1679 wegens een opknapbeurt met `haer seven vaderlose kinderen' en haar moeder betrekken. Na haar bewoonde een andere belangrijke dame, mevrouw Van Gramsbergen, het appartement. Haar kasteel te Gramsbergen was door Rabenhaupt verwoest en ook haar man, ritmeester Dirk Statius van Haaften, was gesneuveld.

Frans garnizoen

Na de Franse intocht op 11 februari 1795 kreeg Coevorden ook een Frans garnizoen. Het was normaal, dat bij elke kazerne tappers, jeneverbranders en herbergen, vaak met `vrouwkes van plesier' het soldatenleven opvrolijkten. De Franse commandant Schreiber was over dat laatste feit zeer verbolgen en schreef de Magistraat (het stadsbestuur), dat een van de herbergen bij het Bentheimerblok een plaats `van de meest liederlijke losbandigheid' was. Op elk uur van de nacht vond men er soldaten in de bedden en zelfs tussen de koeien. Of de brief geholpen heeft? Geen idee! Nadat in 1852 al een groot deel van het garnizoen was vertrokken, werd het Bentheimerblok verkocht en kreeg het een burgerlijke bestemming. De herinnering eraan ging grotendeels verloren, maar wie weet, komt de naam nog terug op de indrukwekkende voorgevel! Sta er eens een moment bij stil, bij dit zeventiende-eeuwse monument.

Literatuur: Herman Brand Het Bentheimerblok