'Verschil in interpretatie rond afspraken Plopsa'

Coevorden - De fractievoorzitters van de partijen in de gemeenteraad gaan geen vervolgonderzoek uitvoeren naar de gang van zaken rond al dan niet gemaakte afspraken met Plopsa Indoor Coevorden.

Uit het onderzoek van de Rekenkamercommissie blijkt, dat alle collegeleden uit de periode 2006 tot heden, op één na, ontkennen dat er een afspraak met Plopsa was om geen nieuwe belastingen in te voeren. De projectleider en oud-wethouder Geert Roeles menen, dat de uitkomst van de onderhandelingen was dat Plopsa de op dat moment bestaande wettelijke belastingen en de bouwleges moest betalen, maar dat de gemeente tegelijk beloofde om ervan af te zien nieuwe belastingsoorten -zoals de vermakelijkhedenretributie-te introduceren. De andere collegeleden ontkennen dit.

Overname dossier

Overigens voerde destijds wethouder Peter Snijders de onderhandelingen met Plopsa, Roeles nam het dossier in 2007 over toen Snijders vertrok. Het onderzoek betrof met name de rollen en de integriteit van de toenmalige en huidige collegeleden. Retributiebelasting wordt geheven op entreegelden, gebaseerd op de bezoekersaantallen van attracties. Berekend was, dat deze belasting een bedrag van 116.000 euro zou opleveren.

In het onderzoek naar de gang van zaken rond Plopsa zijn alleen de gemeentelijke vertegenwoordigers gehoord. De bevindingen van vertegenwoordigers van Plopsa Indoor Coevorden zijn buiten beschouwing gelaten.

Commotie

Het besluit om af te zien van invoering van vermakelijkhedenretributie zorgde voor commotie in de raad. Vragen waren in hoeverre toenmalige en huidige collegeleden en raadsleden op de hoogte waren van mogelijke afspraken met Plopsa.
Overigens toonde wethouder Jan Zwiers eerder al twijfel over de invoering van deze belasting, omdat bij deze heffing een tegenprestatie moet worden geleverd, bijvoorbeeld in de vorm van extra voorzieningen.

Geschiedenis

In 2007 kwam de gemeente Coevorden in contact met Plopsa. Bij de onderhandelingen waren aanwezig de toenmalige wethouder economische zaken (Peter Snijders), de projectleider en een ambtelijk medewerker. Wat betreft de belastingen zocht de gemeente uit welke belastingen Plopsa moest betalen. Het college concludeerde, dat gemeentelijke belastingen als de WOZ, bouwleges en belastingen van bijvoorbeeld het waterschap niet omzeild kunnen worden en legde dit vast in een besluit.

Geen belasting

Echter, Plopsa handhaafde het standpunt geen belasting te willen betalen. In de vijfde versie van de intentieovereenkomst voegde de gemeente een artikel toe: ‘Ten aanzien van te betalen belastingen wordt opgemerkt dat verschillende overheden belastingen heffen welke mede afhankelijk zijn van het op dat moment geldende wettelijke regime.’ De overeenkomst werd ondertekend door de burgemeester en gemeentesecretaris. Bij het vertrek van wethouder Peter Snijders droeg hij het dossier over aan opvolger Geert Roeles. De projectleider en toenmalig wethouder Roeles menen, dat Plopsa de op dat moment bestaande wettelijke belastingen en de bouwleges moest betalen, maar dat de gemeente beloofde af te zien van het invoeren van nieuwe belastingsoorten.
‘Hij heeft dit waarschijnlijk in 2007/2008 mondeling vernomen van de projectleider’, aldus het onderzoeksrapport. Het voltallige college tot september 2007 meent dat Plopsa zich heeft vastgelegd om alle belastingen -huidige en toekomstige-te betalen. Na het voorstel tot invoering ervan reageerde Plopsa en protesteerde. Een ambtelijk medewerker mailt naar Zwiers: ‘In de overeenkomst staat een omschrijving die beide kanten op kan gaan. Nu heb ik wel vernomen dat het toentertijd mondeling over belastingen is gegaan. Daar is min of meer besproken dat er geen belastingen geïnd zouden worden.’

Bevestiging afspraken

Het onderzoek heeft niet met zekerheid kunnen vaststellen, waardoor deze interpretatie op tafel is gekomen. Plopsa nam daarop contact op met de voormalig wethouder en vroeg hem de afspraken uit 2007 te bevestigen. Het antwoord daarop was: ‘Zeker werd afgesproken dat de gemeente niet over zou gaan tot het heffen van een zogenaamde vermakelijkheidsbelasting. Die werd immers ook niet in de gemeente Coevorden geheven.’ De uitspraak wordt ondersteund door de toenmalige projectleider en een directielid van Center Parcs.
De andere collegeleden in de periode 2010-2014 zijn het hiermee oneens. Plopsa stuurde daarop aanvullende informatie over de afspraken die in het verleden gemaakt werden tussen Plopsa en de gemeente Coevorden. Hieruit blijkt duidelijk dat de gemeente Coevorden Plopsa steeds de garantie gegeven heeft nooit een dergelijke belasting te zullen invoeren. Deze brief sloeg bij de gemeente in als een bom.
Het resultaat van ambtelijk onderzoek was: ‘De aandrang van Plopsa heeft ertoe geleid dat in de definitieve intentieovereenkomst een vage omschrijving is opgenomen die voor Plopsa wel acceptabel was. Ik kan beamen dat de personen die de drie mails aan Plopsa hebben gestuurd de waarheid hebben gesproken, in die zin dat de gemeente mondeling verklaard heeft niet met nieuwe belastingen te zullen komen en dat als zodanig ook schriftelijk wenst te bevestigen.’ Maar dit was geen vastgelegde afspraak. De gemeenteraad behandelt het voorstel en het rapport op dinsdag 3 maart in de Politieke Kamers.

Lees ook:
Onderzoek naar gang van zaken rond afspraken met Plopsa
'Invoering retributie niet mogelijk'