Monumentje 324: Een boerderij met rijke familiegeschiedenis

Een stoere boerderij aan de Verlengde Hoogeveense Vaart 90 in Zwinderen met ramen en deuren met boogvormige gekleurde baksteenversieringen. Rechts een bijzondere uitbouw, duidelijk van latere datum.

In het portiek van de voordeur valt te lezen, dat Jan Wolting in 1912 de eerste steen legde. Deze Jan, geboren in 1872, had met zijn vrouw Trijntje Euving in een boerderij in het dorp Zwinderen gewoond die eens eigendom was van het regentengeslacht Oldenhuis-Kymmell. De eerste zich hier vestigende Jan Wolting, afkomstig uit Mantinge en getrouwd met de Zwinderse Roelfien Hendriks, had deze hoeve in 1807 gekocht. Er woonden hier toen ook al andere verwante Woltings, die met elkaar een aanzienlijke Zwinderse familie vormden. Een andere aanzienlijke familie was die van de Lantings. Samen hadden ze veel invloed, vooral in de boermarke, waarvoor ze regelmatig de volmachten leverden.

Varkenshouderij

Toen in 1854 de Woltings overgingen naar de latere gereformeerde kerk, ontstond een scheidslijn tussen de hervormde Lantings, die in Oosterhesselen bleven kerken en de andere familie, die voortaan in Gees haar heil zocht. Maar ze bleven elkaar `neudig zijn' in de boermarke en dus moest er evenwicht zijn tussen die `van mien kant' en die `van zien kant'. Vooral bij de volmachten, die elk jaar de markegenoten bijeenriepen om het `boerwark' (het onderhoudswerk) in het nog onontgonnen Zwinderseveld te verrichten. Na afloop werd er dan op een borrel getrakteerd (om de beurt uit één `glassie' zonder voet), waarbij volmacht Albert Wolting altijd plechtig de volgende wat tegenstrijdige uitspraak deed: `In de vreze, dat ik jou niet vergeef (vergiftig), neem ik zelf de eerste!'
Jan Wolting, die in 1912 met zijn gezin de nieuwe boerderij betrok, werd nooit volmacht, maar wel gemeenteraadslid voor de ARP en scriba van de kerkenraad. In de laatste hoedanigheid onderscheidde hij zich door een uitstekend handschrift, waaraan onderzoekers veel plezier beleefden.

Omdat hij het als geestdriftig bestuurder druk had met gewichtiger zaken `boerde hij er maar een beetje bij!' Het echtpaar kreeg drie dochters, van wie er twee met dominees trouwden en Jantine met Hendrik Lanning uit Noord-Sleen. Jan en Trijntje en Jans moeder Geesien gingen toen linksvoor wonen en voor hen werd de erker gebouwd, vanwaar ze `alle kanten konden opkijken'. Hendrik Lanning legde zich vooral toe op de varkenshouderij en bleek óók een ijverig bestuurder.

'Roomboom'

Oudste zoon Jan trouwde in 1958 met Jenny Wilms uit Schoonebeek en vervolgens trokken Jantine en Hendrik in bij de nog alleen overgebleven Jan Wolting. Jan Lanning breidde het bedrijf uit tot 60 ha, moderniseerde zijn stallen en hield tenslotte 45 melkkoeien. Op de smalle percelen van de `Roomboom', het vochtige gedeelte langs de Geeserstroom, hield hij zijn jongvee en oogstte hij zijn hooi. Ook dit echtpaar kreeg drie dochters, die inmiddels in Amersfoort, Haarlem en Dalfsen wonen. Jan en Jenny, allebei de tachtig ruim gepasseerd, wonen hier nog altijd met veel plezier.

De ruimte om hen heen en de royale tuin, keurig bijgehouden door een schoonzoon, zijn hierbij heel belangrijk. Sta er eens een moment bij stil, bij deze monumentale boerderij van ruim honderd jaar oud.

Huib Minderhoud