Monumentje 322: Boerderij wordt succesvol restaurant

Het gezin van Cornelis Pothoff, vrederechter van het kanton Dalen en schoolopziener in Zuidoost Drenthe en dus een zeer aanzienlijk burger, overkwam op 8 augustus 1815 een ramp.

 De zeventiende-eeuwse boerderij tegenover de kerk, waar de familie woonde, brandde volledig af en er omheen nog elf woonsteden en acht schuren. 'Alle deszelfs kostbare meubelen, waaronder vrij veel goud en zilver zijn o.a. verloren gegaan', schreef de onfortuinlijke vrederechter in een op 12 augustus 1815 gedateerd verslag. Gelukkig werden de boerderijen en de woningen weer snel herbouwd.

Cornelis Pothoff verhuisde na de ramp naar een andere woning en de nieuwe boerderij werd waarschijnlijk na weer een brand, in 1835 in de huidige vorm herbouwd door Jan van Tarel. Diens zoon Kars Hendrikus van Tarel nam, vijftig jaar oud, in 1900 met zijn vrouw Annigje Mulder zijn intrek in deze boerderij. Hij overleed in 1908 en in 1912 werd zijn zoon Wolter benoemd als kassier van de in hetzelfde jaar opgerichte Boerenleenbank. Drie vertrekken nam hij daarvoor in beslag: de keuken werd wachtkamer, de woonkamer spreekkamer en het opkamertje werd kantoor. Toen zoon Kars van Tarel in 1945 trouwde met Annigje Eising, nam hij het kassiersschap over en de bank ging dermate groeien, dat in 1952 de latere RABObank met het ernaast staande huis door hen betrokken werd.

`t Oelnbret

In 1970 werd de boerderij eigendom van gemeenteambtenaar Roelof Hidding, bekend als voordrachtskunstenaar. Hij begon hier een bar-dancing onder de naam `'t Oelnbret' en legde een mini-golfbaan aan. Helaas overleed hij in 1986, waarna `t Oelnbret een restaurant werd. Bakker Albert Eising werd in 1990 eigenaar. Zeven jaar later nam hij de leiding van het restaurant over en begon met een verbouwing. Aan de voorkant werd `'t Veurhoes' ingericht en daarboven `De Hilde'. Nieuw waren de culturele zondagmorgenbijeenkomsten en de vrijdagse theateravonden in `De Deel'. Voor dit doel werd een podium-uitbouw aan de achterkant gerealiseerd. Albert was een dynamische horecaman, die als middenstandsvoorzitter veel blijvende activiteiten verwezenlijkte. Toen hij in juli 2004 plotseling overleed, lag hij opgebaard in zijn Oelnbret, terwijl onder gepaste stilte zo'n 1200 Dalenaren hem eer bewezen.

'Als een tierelier'

Harma en Henk Jan Ebes, die op 1 december 2003 `t Oelnbret van Albert hadden overgenomen en die door hem nog wat werden `ingewerkt', waren hals over kop van vakantie teruggekomen om dit afscheid te kunnen regelen. Zij richtten geleidelijk het bedrijf opnieuw in, vervingen het golfbaantje door een groot achterterras en zetten de theaterprogramma's voort. Henk Jan is de kok, die zijn maaltijden vers, ambachtelijk eerlijk en met zoveel mogelijk scharrel-biologisch vlees toebereidt. Harma organiseert de voorstellingen en dat kost haar jaarlijks wel drie maanden aan voorbereiding. `Het restaurant loopt als een tierelier', zegt ze, `dankzij de combinatie van de goede keuken en de aandacht voor de gasten!' Henk Jan vindt dat `we toch heel langzamerhand het bedrijf hebben, zoals we `t graag hadden. En... we horen er helemaal bij in Dalen!' Sta er eens een moment bij stil, bij dit monument of ga er eens naar binnen.

Literatuur: Lucresa Kern en Bertus Blaauwgeers - Hoofdstraat en Stationstraat.