Monumentje: Een klein landhuis in interbellumstijl

Een klein landhuis in interbellumstijl met een zadeldak, een vrijstaande schoorsteen, een gemetselde serre en een voorgevel met links een ver uitspringend overstek. Een monument, officieel omschreven als vrijstaande villabebouwing.

Gebouwd in 1935 en al drie keer verhuurd, namen de opperwachtmeester der Rijkspolitie Jan Overbeek en zijn vrouw Roelofje met hun drie zoons er in 1946 hun intrek. Het echtpaar had een ellendige oorlogstijd achter de rug. Jan had geweigerd in opdracht van de Duitsers enkele goede vaderlanders te arresteren. In plaats daarvan had hij hen gewaarschuwd, waarop ze zich onmiddellijk uit de voeten maakten en Jan onderdook. Roelofje werd kort daarop als represaillemaatregel gevangen genomen en opgesloten in het beruchte concentratiekamp Vught. Gelukkig kwamen beiden wonder boven wonder heelhuids de oorlog door en hier begonnen ze als het ware een nieuw leven. Er werd nog een zoon geboren en in 1950 verhuisde het gezin naar de Hoofdstraat.

Onderscheiding

Toen werd de villa gekocht door gemeenteambtenaar Roelof Lubbers en zijn vrouw Jacobje Harmke Scheltens. Roelof was de zoon van de Wachtumer zuiveldirecteur en hij werd als zestienjarige aangesteld `ter secretarie' van Dalen. Door zelfstudie ontwikkelde hij zich tot volwaardig ambtenaar en meer dan dat, omdat hij eigenlijk ook archivaris werd. Hij bekleedde tevens allerlei bestuursfuncties. Gedurende de oorlog was mevrouw Lubbers belast met de leiding van het distributiekantoor, dat gehuisvest was in een leegstaand schoollokaal. Ze zag hier kans stiekem veel bonnen en bonkaarten aan uitgifte te onttrekken om die ten goede te laten komen aan onderduikers. Hiervoor werd zij na de oorlog onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis.

Roelof Lubbers, onafgebroken in gemeentedienst en dus van alles op de hoogte, groeide uit tot een haast onmisbare ambtenaar. Wilde men op historisch gebied iets weten, Roelof zocht het op en veel straten in nieuwbouwwijken dragen door hem voorgestelde namen. Hij beschreef twee deeltjes van `Dalen in oude ansichten' en leverde veel historische gegevens voor `Zevenhonderd jaar Dalen' en `Stap voor stap door Dalen (en Schoonebeek)'. Meer dan vijftig jaar plaatste hij Daler nieuwtjes in de Coevorder Courant. Roelof en Jacobje overleden allebei in 1991 en hun zoon Bas bleef hier nog twee jaar wonen. Toen verkocht hij het huis aan technisch hoofdambtenaar Jan Oostenbrink en zijn vrouw Marchje Hartman.

Vooral doe-het-zelver Jan wilde er graag aan het werk en verving alle door Bas aangebrachte kunststof onderdelen als schrootjes, kozijnen en zelfs een trapleuning door de originele houten. Er kwam een nieuwe garage en de directe omgeving van het huis werd opgehoogd, waardoor de lastige treetjes voor de deuren (behalve voor de voordeur) vervielen. Er werd een tuinhuis gebouwd en Jan maakte zelf een glas-in-loodraam. Maar het mooist vindt hij zijn acacia's voor het huis, misschien wel 150 jaar oud en vol leven met spechten, kauwtjes en vleermuizen. `Eigenlijk', zegt hij, `zijn die bomen nog mooier dan een huis'. Marchje vindt de villa bovenal knus, maar door de verkeersdrempel is het hier wel lawaaiig geworden.

Maar het is wel hun bijzondere huis, hun monument. Om een moment bij stil te staan!

Literatuur:
Lucresa Kern - De Bente.

Huib Minderhoud