Ingezonden brief: 'Einde CQ een feit'

Hoe is het toch mogelijk dat een cultuurcentrum als CQ een faillissement boven het hoofd hangt, vraagt menige inwoner van de gemeenten Emmen, Borger-Odoorn en Coevorden zich af.

Heeft het stichtingbestuur verkeerde beslissingen genomen toen er belangrijke keuzes moesten worden gemaakt om te proberen het cultuurcentrum nieuw leven in te blazen? Of is men toen al blindelings akkoord gegaan met voorwaarden die niet haalbaar waren?

Nu het de tijd is om te gaan dweilen terwijl de kraan open staat, zou de gemeente Emmen volgens sommige insiders haar verantwoordelijkheid en morele verplichting moeten gaan nemen, om op te komen voor de belangen van de werknemers(sters) die kennelijk nog in dienst zijn van de stichting. De aangestelde bewindvoerder, Jeroen Sprangers, zal het de laatste dagen zwaar hebben gehad om zijn reddingsplan goed te onderbouwen om een 'ja' te krijgen van het college van burgermeester en wethouders.

Al geruime tijd blijkt uit de media dat de subsidiestroom door de drie gemeenten drastisch is teruggedraaid vanwege bezuinigingen, enzovoorts. Gemeenten lieten zelfs vroegtijdig al weten (Coevorden) geen cent meer te willen investeren in dit cultuurcentrum. De opgerichte stichting moest mede daardoor haar gelanceerde reddingsplannen al stevig moesten bijstellen, wat waarschijnlijk een zeer zware opgave zou worden.

De stichting is afhankelijk van de binnenkomende subsidie en de lesgelden van hun cursisten. Als er dan ook nog sprake is van teruglopende aantallen cursisten, dan voel je de hete adem van een dreigend faillissement al in je nek aan komen. De gemiddelde burger heeft totaal geen weet wat er zich hier achter de schermen en in het verleden allemaal heeft afgespeeld.

Waarom trekken gemeenten zich nu terug van een cultuurcentrum die aan de behoefte van de gemeenschap ruimschoots voldoet? Is er hier sprake van onjuist gemaakte keuzes toen bekend werd dat er zwaar gekort moest worden op cultuur, etc.? Is er te laat ingespeeld om het hoofd boven water te houden, zodat leerlingen gebruik kunnen blijven maken van deze voorzieningen? Wanneer er een faillissement wordt uitgesproken, blijkt ook nog eens dat een doorstart bijna niet door kan gaan, vanwege een iets wat vreemde constructie die door gemeente(n) op papier is gezet aangaande het onroerend goed.

Daarbij komt ook nog dat er geen geld is voor een fatsoenlijke afvloeiingsregeling. Werknemers zullen moeten aankloppen bij het UWV die voor een korte periode het salaris deels zullen uitbetalen. Of er nog wel de wil bestaat om het cultuurcentrum CQ in de benen te willen houden, zal voor veel burgers een vraag zijn, nu de gemeenten niet willen subsidiëren in de zogenaamde frictiekosten bij dit momenteel noodleidende CQ.

Dat er 75 personeelsleden bij betrokken zijn is een vervelende zaak, al moeten wij ons wel afvragen of dat aantal tijdens de gepasseerde slechte periodes al niet teruggedrongen had moeten worden om het hoofd boven water te kunnen houden. De stichting had er goed aangedaan om te gaan werken met docenten op afroep, of via een andere goedkopere constructie de lessen op een andere mannier te regelen.

Waarom is de stichting in het verleden akkoord gegaan met een veel te zware hypothecaire lening en dat  het onroerend goed kennelijk volledig haar eigendom zou blijven van de gemeente Emmen? Natuurlijk een zekerheid om bij een faillissement zaken veilig te stellen, al wetende dat de schulden, die in de loop der jaren waarschijnlijk steeds maar hoger werden, ook niet ingelost zouden kunnen worden.

Zich als gemeente nu terugtrekken kan dus verschillende oorzaken hebben, maar kan nu ook een opening zijn om na een faillissement op een veel goedkopere en simpele basis weer op te gaan starten. De docenten kunnen misschien straks als zelfstandige ondernemer een ruimte gaan huren aan de Kapelstraat. Zij kunnen als ZZP'er aan het werk komen, de gemeente zorgt voor huisvestiging, maar alle andere zaken krijgt de ondernemer zelf op zijn bordje. De tijd om CQ overeind te houden is klaarblijkelijk voorbij, en aan de Kapelstraat zal het stil gaan worden.

In verschillende woonwijken gaan geluiden in de straat klinken die thuis horen in een muziekschool, en niet in een rijtje van woningen. Drumles in uw straat, trompet en gitaarlessen bij de docent thuis.

Dit zouden en moeten wij niet willen.

Een cultuurcentrum kan doelmatiger gebruikt worden, een ouderensoos, een cultuurcentrum bereikbaar voor iedereen. Misschien is de redding mogelijk met een nieuw aan te stellen organisatie die nieuw leven kan inblazen.

Zeker is wel dat personele kosten, huisvestigingskosten en teruglopende belangstelling mede de redenen zullen zijn dat CQ moet gaan ophouden te bestaan.

Hoe zit het nu precies in een gemeente Emmen met 108.000 inwoners en hoe staat het dan met de sociale participatie? We zullen het met elkaar binnenkort wel gaan horen.

Jan Wolters (jan.wolters@home.nl)