'Bezeten van piano en orgel'

Coevorden - Na maar liefst 46 jaar cantororganist van de Nederlandse Hervormde kerk te zijn geweest neemt Henk Plasman in een speciale kerkdienst op zondag 7 februari. Plasman, geboren en getogen in Coevorden, is alleen voor zijn studie in Utrecht weggeweest. 'Ik ben bezeten van orgel en piano. En ja, musici kunnen onderling nauwelijks ergens anders over praten.'

Wat onvrede Plasman kijkt met grote tevredenheid terug, maar 'ik ben in mijn vak wel altijd alleen geweest, als organist, als docent en als dirigent. Soms ben ik wel eens jaloers geweest om mensen, die samenwerkten.' Henk Plasman is tot zijn besluit om te stoppen gekomen, door wat onvrede. 'Daardoor voel ik me niet thuis in de kerk. Ik ben het met diverse besluiten van de kerkenraad niet eens, zodat ik heb besloten weg te gaan.' Liefde voor muziek Al op jonge leeftijd vatte Plasman liefde op voor het orgel en de piano. 'Wij hadden thuis, zoals zoveel gezinnen, een harmonium. Dat werd ook wel een psalmpomp genoemd.' Hij kreeg eerst les van een juffrouw uit Nieuw-Amsterdam, daarna van Willem Hendrik Zwart, de toenmalige organist van de hervormde kerk in Coevorden. Na zo'n negen jaar werd Co de Koning zijn leraar. De Koning volgde Zwart op en leidde Plasman op voor het conservatorium. Toen Plasman op de hbs zat, vatte hij het plan op naar het conservatorium te gaan. Mijn moeder stond er eerst wat sceptisch tegenover, maar toen bij mijn toelatingsexamen het oordeel was: 'dat zit wel goed', heeft zij mij altijd gestimuleerd. Ik had in die tijd een heel oude piano, zo'n tingeltangel, maar voor mijn studie had ik een andere nodig. Ik heb zo'n driekwart jaar gewerkt, tot ik het geld daarvoor bij elkaar had.' Militaire dienst In 1957 ging Henk Plasman naar het conservatorium, maar hij werd drie maanden later opgeroepen voor militaire dienst. Hij kreeg geen uitstel, omdat hij door driekwart jaar te werken zijn studie had onderbroken. Na het vervullen van de militaire dienst ging hij verder naar zijn studie. 'Ik studeerde onder andere in de Dom in Utrecht. Ik liet de moed wel eens zakken, maar mijn moeder stimuleerde mij dan weer. Wij woonden aan de Sallandsestraat 7. Daar had eerder een kapperszaak gezeten en de kamer aan de voorzijde noemden wij daarom de salon. Daar musiceerde ik altijd. Dan ging mijn moeder stilletjes zitten luisteren. Daar heb ik mooie momenten aan.' Tijdens zijn studie kreeg Henk Plasman orgelles van Stoffel van Viegen en Cor Kee en pianoles van Ludwig Schonk. Henk Plasman: 'Ludwig wist precies hoe het moest, maar zei altijd 'Jullie spelen veel beter'. Van hem heb ik erg veel geleerd. Van Viegen was een leeuw aan het orgel, geweldig was dat. Verder studeerde ik kerkmuziek en behaalde mijn diploma Gregoriaans. Daar heb ik veel aan gehad. 'Dat valt mee' Nog tijdens het conservatorium werd Plasman organist in Wierden. 'Ik werd gekozen uit dertien kandidaten en ik werd gekozen om er op een groot drieklaviersorgel te spelen. Het was nogal een 'zware' kerk. Na een kwartier preken gingen de mensen zingen en ik dacht 'Nou, dat valt wel mee', maar daarna ging de preek verder.... Er zaten in zo'n dienst wel 1.400 mensen in de kerk.' Leraar Een tijdje erna vroeg Co de Koning of Henk hem wilde helpen bij het lesgeven in Coevorden. 'Ik gaf toen twee middagen per week pianoles. In 1962 of 1963 werd de muziekschool opgericht, waarvan Piet Santing de eerste voorzitter was. Iedereen die muziekles gaf, werd gevraagd naar de muziekschool te komen. Vanaf dat moment was ik leraar aan de muziekschool. Eerst was dat voor piano en orgel en later kwam daar muziektheorie bij. Ik leidde de leerlingen op voor het toelatingsexamen van het conservatorium.' Naast leraar was Plasman gedurende dertien jaar adjunct-directeur. Daarenboven was hij dirigent van het kerkkoor, het Coevorder Mannenkoor en twee jeugdkoren van de kerk. Uiteindelijk was ik 40 uur werkzaam in de muziekschool. Het kerkkoor heb ik vanaf het begin tot 2004 -ruim veertig jaar- geleid. We hebben bij dat afscheid het oratorium 'Als de graankorrel sterft' uitgevoerd.' Daarmee was hij cantororganist af en bij zijn pensionering werd Plasman aangenomen als organist; hij speelde sindsdien zo'n dertig diensten per jaar. Hogeschool Plasman antwoordt desgevraagd. 'Ik heb overal in den lande gespeeld. De mooiste orgels zijn die in de Dom in Utrecht, de St. Bavo in Haarlem en de Martinikerk in Groningen.' Op de vraag welk werk hij het liefst speelt, zegt Plasman: 'Het liefst speel ik de Triosonates van Bach, maar ik houd ook van moderne orgelmuziek. Bach heeft zes Triosonates geschreven, het is voor mij de hogeschool van de orgelmuziek. Nu ik afscheid neem, ga ik me daar helemaal op storten.' Wat dat betreft kan Plasman vooruit, want hij heeft thuis zo'n 1.200 muziekboeken. Niemand gezakt Henk Plasman heeft altijd genoten van de concerten en van de begeleiding van solisten. Leerlingen noemden mij vrij streng, maar rechtvaardig. Ja,' zegt hij, 'ik heb leerlingen gehad, die het ver geschopt hebben. Zij zijn in het hele land terechtgekomen als organist of pianist. En wat mooi is: van mijn leerlingen is niemand gezakt voor het conservatorium. Andere interesses Ik ben dan wel 'bezeten', maar ik heb ook wel andere interesses. Zoals lezen over van alles en nog wat, van politieromans tot psychologie. Ik houd ook van films kijken, fotograferen en computeren, maar muziek is mijn vak en mijn hobby. Eerbetoon De vrouw van Henk, Gerrie, zingt in het kerkkoor. Het echtpaar kreeg drie kinderen, de zonen Henk en Edwin en dochter Ellis. Een groot verdriet was en is het overlijden van zoon Henk, nu ongeveer veertien jaar geleden. 'Hij was erg muzikaal en speelde kerkorgel, piano en gitaar. Ja, je mag hem zeker noemen, want ik vind het een soort eerbetoon. Dochter Ellis speelde blokfluit en dwarsfluit en speelde een tijdje in een barokensemble. Zoon Edwin houdt zich niet met muziek bezig, maar zegt Henk trots, 'die reist voor zijn werk de hele wereld over.'