Grepen uit het verleden | oplossing aflevering 78

Koen Ambergen woont inmiddels alweer bijna twintig jaar in Assen. Toch kijkt hij elke dinsdag met heel veel plezier uit naar deze rubriek en wilde nu ook maar eens reageren. ,,Op de foto meen ik het fietsbruggetje te zien die de verbinding vormde tussen het Stieltjeskanaal en de Drostenstraat."

,,Volgens mij staan op de achtergrond nog de oude flats aan de Drostenstraat, die zijn lang geleden afgebroken. Zolang ik dit bruggetje ken, is het altijd afgesloten geweest. Vermoedelijk was dat wegens de zeer slechte conditie. De planken waren het gehele jaar spekglad. In de winter kwam dat door de vorst en de rest van het jaar door mos- en algengroei.” Ambergen besluit zijn bijdrage met: ,,Hopelijk gaat u nog lang door met deze rubriek.”

Nienke Rozema reageert verrast: ,,Oh, wat super dat jullie een foto hebben gevonden van het fietsbruggetje over het Drostendiep.” Alfred Arends herkent het bruggetje ook. ,,Het scheelde voor de mensen achterin de wijk een stukje fietsen. Ineens was het bruggetje weg en dat was voor ons een uitkomst, want zo konden we in de nabijgelegen bosjes lekker ongstoord spelen, zoals hutten bouwen.”

Jan Slot weet zich het huttenbouwen ook nog wel te herinneren. ,,Dat was in het meidenbosje.” Volgens Slot moet aan de andere walkant nog ergens papieren oorlogsgeld verstopt liggen. Hermione Mulder-Lups zat tussen de middag vanaf de Picardtschool bij haar moeder achterop de fiets naar de stad en vroeg dan altijd of ze over ‘het bruggetje’ gingen. Met de postbakfiets kon je er precies over, schrijft Sjoert Stel.

Jolanda Hendriks-van der Molen reageert: ,,Zo jammer dat ze die weggehaald hebben. Je kon er ook zo mooi met je vishengeltje staan.” Jan Soppe fietste vier jaar lang tijdens het schoolseizoen er dagelijks overheen, toen hij naar de rooms-katholieke mavo ging. Dini Soppe ging eerst haar vriendin ophalen, voordat ze over het bruggetje naar de huishoudschool ging. Andre van Leeuwen ging vaak over het bruggetje naar zijn opa en oma. ,,Wat hebben wij het bruggetje, toen het weg was, gemist”, schrijft Fenny Brockman.