Grepen uit het verleden | oplossing aflevering 76

,,In de jaren zestig op zaterdag met de beentjes in de fietstas bij mijn vader achterop naar het badhuis bij de Haven, samen met mijn broer. Wachten in de wachtkamer tot er een badkamer met douche en bad vrij was. Het werd een stuk gemakkelijker voor mijn moeder, want wij hoefden niet meer thuis in de teil.” Annemarie van der Veen denkt hier met plezier aan terug.

Toen Jan Meijerink zo’n zestig jaar geleden in de Weeshuisstraat woonde, ging hij altijd op zaterdagavond naar het badhuis. Alidus Moddejongen vertelt: ,,Dit is het badhuis waar altijd veel leven was in de wasstraat. Zowel in de kuip als onder de douche werd er veel en vooral hard gezongen. Daar is menig zangtalent begonnen.”

Hilly Alsema heeft mooie herinneringen aan het badhuis. ,,Als je te lang onder de douche stond werd er op de deur geklopt, dan moest je opschieten.” Fennie Kok-Soetebier had daar haar eerste ‘douche beleving’. ,,Dit vergeet je toch nooit meer. Het was heel wat anders dan in een teil voor de kachel.”

Rita Assenwijnhoud weet nog dat tante Dienie en ome Roelof Schut beheerders van het badhuis waren. ,,We mochten er vaak heen met mijn zussen. Als zij gingen schoonmaken mochten wij als kinderen in bad.” Marijke van Leeuwen-Wijnhoud weet nog goed dat zij in het hokje achter de kassa kaartjes en shampoo mocht verkopen en op zaterdagmorgen naar de bakker ging om warme krentenbollen te kopen.

Alidus Grootoonk schrijft: ,,Voor een kwartje was je weer lekker schoon en fris. Ik mocht er wel samen met mijn vriendje in, maar niet met mijn vriendinnetje.”

Ook Wiecher Pool ging er bijna wekelijks douchen. ,,Voor tien cent mocht je douchen en voor 25 cent in bad. Ik ging vaak samen met Jan Janssen, die van Janssen oud papier en ijzer. De een ging in bad terwijl de ander dan kon douchen. Omdat het zo lekker warm was kregen wij altijd te horen dat we moesten opschieten.”