Grepen uit het verleden | oplossing aflevering 63

Een lezeres dacht dat het Stieltjeskanaal was afgebeeld op de foto, maar dat is niet juist. Alle andere lezers die reageerden, hadden het wel bij het rechte eind. Over de juiste benaming is de nodige verwarring. In Nederland is de officiële benaming Coevorden-Alte Picardie, het kanaal gaat in Duitsland verder als Coevorden-Picardie-Kanal.

De weg aan de Nederlandse kant heet Alte Picardiekanaal. Fennie Kok-Soetebier heeft er gewoond en noemde het weer anders. ,,Vroeger noemden we het de Diek. Voor ons bleef het de Diek, ook toen de weg werd geasfalteerd. De familie Soetebier woonde er vanaf 1918. Fijne herinneringen aan die plek.”

Annette Kluitenberg is er ook opgegroeid en heeft er prachtige herinneringen aan. ,,Wij woonden tegenover Soetebier en speelden als kind vaak in de bunkers.” Ook voor Gerjan Soetebier roept de foto herinneringen op. ,,Daar ben ik geboren.” Edwin Hoekstra reageert: ,,Mooi plekkie.” Een kameraad van Ben Bouhuis woonde daar in een boerderij en heeft er vaak gespeeld. ,,We kennen elkaar al meer dan veertig jaar.”

Egbert Krikke heeft vaak gespeeld in de bunker naast het land van boer Nevels. Gerard Osseforth heeft er regelmatig gestruind samen met Toon Soetebier. Hermione Mulder-Lups vond het maar wat spannend om in de bunker te spelen en heeft er ook wel eens maiskolven ‘geleend’ voor de maisplopper. ,,Als je goed naar de foto kijkt zie je twee kazematten”, schrijft Fokko van der Laan.

Hilly Smid heeft er met haar binnenvaartschip in de jaren zestig vaak over het kanaal gevaren. Brouwer uit Dalen weet dat er twee kazematten stonden. ,,Eentje is afgebroken, zoals dat helaas ook gebeurd is met de andere kazematten in Coevorden. Dat is jammer, want het hoort eigenlijk wel bij de vestingstad. Deze bunker is door het Nederlandse leger gebruikt om de Duitse inval in mei 1940 enigszins tegen te houden. In mijn douanetijd moesten we soms te voet en op de fiets posten aan het Picardiekanaal om op te treden tegen mensen die illegaal de grens overstaken. Bij slecht weer kropen we wel eens in die bunker en dan had je vanuit het schietgat mooi zicht op de grens.”