Veteraan Maurice Fränkel uit Emmen brengt zijn persoonlijke eerbetoon aan gevallen oorlogsslachtoffers online

Veteraan Maurice Fränkel (45) uit Emmen bereidt zich voor op een bijzondere herdenking op 4 mei. In plaats van een fysieke plek tussen 59 andere veteranen in het erecouloir op de Dam in Amsterdam, brengt deze veteraan met uitzendingen naar Bosnië en Afghanistan zijn persoonlijke eerbetoon aan gevallen oorlogsslachtoffers dit jaar online.

Dat heeft te maken met de gewijzigde opzet van de Nationale Herdenking vanwege het coronavirus, zonder erecouloir. Een erecouloir is een militair herdenkingsritueel. Om de veteranen die in het erecouloir zouden staan toch de kans te geven hun persoonlijke verhaal en motivatie te delen, ontwikkelde het Nederlands Veteraneninstituut ook dit jaar een online erecouloir. Hier deelt een groot aantal van de veteranen hun bijzondere verhalen, ervaringen en levenslessen als het gaat over leven in vrijheid. Zo ook Fränkel.

Saamhorigheid en waardering

Fränkel begon bij de Landmacht in een van de laatste lichtingen dienstplichtigen. Daar werd hij ingedeeld bij de Geneeskundige Dienst, dan nog nieuw terrein voor hem. Zijn positieve ervaringen zorgden ervoor dat Fränkel ook na zijn dienstplicht bij de Landmacht bleef, als onderofficier bij de Geneeskundige Troepen. ,,Voordat ik mocht beginnen in de nieuwe functie als algemeen militair verpleegkundige ging ik voor het eerst op uitzending, voor een half jaar naar Bosnië."

Tijdens zijn 14 jaar dienst bij de Koninklijke Landmacht ging Fränkel drie keer op uitzending, waarvan twee keer naar Bosnië (2000 en 2005) en een keer naar Afghanistan (2006). ,,Tijdens de uitzendingen heb ik geleerd hoe sterk de saamhorigheid is en dat je moet waarderen wat je hebt. Dat klinkt misschien cliché, maar het is voor mij heel belangrijk geweest. Als ik kijk wat ik nu in het leven heb bereikt, ben ik heel dankbaar. Uitzending kan heel vervelend zijn, maar het gevoel van waardering dat het me heeft opgeleverd, gun ik iedereen.”

Cultuurverschillen

De verschillende uitzendingen maakten op meerdere manieren indruk op Fränkel: ,,Je ervaart veel verschillende dingen. In Afghanistan maakte ik voor het eerst echt mee waar ik al die tijd voor getraind had. Als je dan een gevecht meemaakt, is dat heel indrukwekkend. Een heel ander bijzonder aspect van de missies was het contact met de lokale bevolking. En het enorme verschil tussen hun wereld en de onze. Dat zit in kleine dagelijkse dingen als boeken en tijdschriften, maar ook in omgaan met gezondheid en zorg. Dingen die bij ons in Nederland zo verholpen kunnen worden, kunnen daar langdurig en uitdagend zijn. Daarin spelen ook cultuurverschillen een grote rol. Zo gaat iemand misschien eerder naar de lokale geneesheer voor ze naar een arts gaan. Ik heb snel leren relativeren naar de situatie waarin die mensen leven. Als je vervolgens terugkomt in Nederland, moet je soms ook echt wel schakelen."

Praten over vrijheid

Iedere veteraan in het erecouloir staat er met een persoonlijke reden. Dat geldt ook voor de veteranen die dit jaar de erehaag zouden vormen. Zo ook voor Fränkel: ,,Eigenlijk sta ik daar voor iedereen die in vrijheid leeft, omdat dat zoveel waard is. Toch sta ik er in het in het bijzonder voor mijn opa, die gevochten heeft op de Grebbeberg. Hij was een veteraan van het eerste uur. Hij is overleden toen ik nog maar een tiener was, maar heeft een grote indruk op me gemaakt. Als persoon en omdat hij het gevoel liet blijken van waarderen en dat ook wist over te dragen aan ons. Zelf kon hij moeilijk vertellen over de Grebbeberg, dat was te moeilijk. Ik praat hierover en over mijn eigen ervaringen veel met mijn kinderen. Voor hen is het iets ongrijpbaars, omdat ze het niet kennen. Juist daarom is het belangrijk dat we hierover ook met jongeren praten, hen erbij betrekken. In de huidige maatschappij ervaren we nu op een andere manier een klein beetje vrijheidsbeperkingen. Dat slaat een brug om juist nu met jongeren in gesprek te gaan over de waarde van vrijheid en saamhorigheid. Dat we op 4 mei herdenken dat vrijheid beperkt is geweest en dat het geen gegeven is." (Bron: Nederlands Veteraneninstituut)