Column Roelie Lubbers | Schaatscultuur

Als het vriest, gaat het bij mij kriebelen: dan moet ik het ijs op. Die passie heb ik van huis uit. Als er ijs was, moest je schaatsen. Ingewikkelder was het niet. Het is een deel van mijn culturele identiteit. Nergens ter wereld wordt zo massaal bezit genomen van het ijs als in Nederland. Al eeuwen.

Schaatsen is kenmerkend voor de Nederlandse cultuur. Die schaatscultuur komt ongetwijfeld door het nostalgische verlangen naar vroeger, naar de tijd dat gewone boerenjongens nog helden konden zijn en door de ontelbare mogelijkheden om te schaatsen op natuurijs. Maar ook doordat we de meeste overdekte ijsbanen ter wereld hebben, door een waslijst aan kampioenen én door de hype rondom die mythische ‘Tocht der Tochten’, de Elfstedentocht.

Ook zonder die tocht heb ik onlangs genoten van het ijs. Ik vind het een magische ervaring om op bevroren water in de natuur te schaatsen met de wind om de kop en de zon op mijn gezicht en het idee dat het slechts van korte duur is. Ik geniet van het kraken van het ijs, het ontdekken van mooie plekjes en van de gezelligheid en het gemeenschapsgevoel. Ik ben niet de enige, we voelen collectief geluk.

Niet gek dat schaatsen op natuurijs op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed staat met als kernwaarden: het plezier op het ijs, het sociale aspect van ijspret en gezondheid en gezelligheid, waarbij koek-en-zopie niet mag ontbreken.

Bij immaterieel erfgoed gaat het om tradities levend houden voor jongere generaties. We moeten voor dit erfgoed zorgen. Maar wat nu de kans op kou alsmaar kleiner wordt? Verliezen we met de winter ook een deel van onze culturele identiteit en dit erfgoed? Al lopen we ons er warm voor: deze kou is nog niet uit de lucht.

Reageren? Stuur een mail naar: culturelegemeente@coevorden.nl of bekijk www.cultureelcoevorden.nl.