Het bewogen jaar van Ronald Lubbers en 'zijn' FC Emmen: 'Er is maar één manier om het tij te keren'

Het jaar 2020 is voor FC Emmen en clubvoorzitter Ronald Lubbers eentje van uitersten. Van zicht op een top 10-notering naar strijden om lijfsbehoud, en dan is er ook nog dat vermaledijde coronavirus. Hoewel de rode lantaarn in Emmen al wekenlang als een steen op de maag ligt, is Lubbers zelfbewust en allesbehalve moedeloos. „Als jij zes deuken in je auto hebt, is het niet zo dat er zes keer een ander tegenaan is gereden.”

Stadion De Oude Meerdijk wordt bedekt met een dikke, donkergrijze wolkendeken. Het regent pijpenstelen, alsof de weergoden deze woensdagmiddag inspelen op de hachelijke situatie waarin FC Emmen zich bevindt. De avond ervoor slaagt de ploeg er wederom niet in de eerste zege van het seizoen te boeken, waardoor de eredivisionist als hekkensluiter de winterstop ingaat.

Het zorgt bij velen voor de nodige teleurstelling, zo ook bij Ronald Lubbers. De clubvoorzitter kan het niet opbrengen om ter afsluiting van de eerste seizoenshelft na de wedstrijd het geplande samenzijn met spelers en staf bij te wonen. Vrijwel direct na het laatste fluitsignaal spoedt Lubbers (54) zich huiswaarts, trekt aldaar ‘een potje bier’ open en steekt een sigaret op; tijd om de teleurstelling in alle stilte te verwerken. Zijn gezin weet na al die jaren inmiddels dat ze dan het beste maar even uit zijn buurt kan blijven.

Schril contrast

„Ik kan dan geen mooi weer spelen”, verklaart de preses een dag later, zittend in zijn kantoor dat uitkijkt over het Stadionplein. Aan de maagdelijk witte muren hangen hier en daar wat aandenkens, waaronder een ingelijste foto van de selectie van vorig seizoen. Hoewel de meeste personen op die foto ook dit jaar het shirt van FC Emmen vertegenwoordigen, is er een verschil van dag en nacht tussen de prestaties die zij beide seizoenen op de mat leggen.

Waar de ploeg zich nu probeert te ontworstelen aan degradatie en in de woorden van Lubbers de sportief gezien grootste crisis in het bestaan van de club meemaakt, had zij op het moment dat het coronavirus de competitie een halt toe riep nog zicht op een plek in het linkerrijtje. Hoewel er met AZ, PSV en Ajax nog een paar pittige wedstrijden op het programma stonden, werd in Emmen al voorzichtig gedroomd van een plek in de play-offs om Europees voetbal.

„We hadden de verwachting dat we misschien nog wel een paar plaatsen konden stijgen”, zegt Lubbers. „Aan de andere kant moet je ook realistisch zijn. Wellicht gaf vorig seizoen een vertekend beeld. Het eindresultaat was natuurlijk fantastisch en we zijn de competitie geëindigd met misschien wel de twee beste thuiswedstrijden van het seizoen (4-2 tegen Willem II en 3-0 tegen VVV-Venlo, red.). Maar vergeet niet dat de 4-2 overwinning in eigen huis op Willem II werd gevolgd door een 5-1 nederlaag bij Sparta. Daarna wonnen we thuis weer met 3-0 van VVV. Het ging dus niet allemaal in één streep goed. Er was een duidelijk verschil tussen uit en thuis, waardoor we in eigen huis vaak reparatiewerk moesten verrichten.”

Uit of thuis, er lijkt dit seizoen bij FC Emmen vrijwel geen verschil waarneembaar. Van de vijf gelijke spelen werden er drie in eigen huis behaald en twee op vreemde bodem. Het was lange tijd gissen naar de oorzaak, maar zowel insiders als buitenstaanders zijn het er inmiddels wel over eens: dat FC Emmen vorig seizoen op De Oude Meerdijk zo oppermachtig was, was voor een groot deel te danken aan het thuispubliek.

Dat het dit seizoen vooralsnog niet lukt, komt door de afwezigheid van diezelfde kolkende massa. Lubbers kan zich daarin vinden. Volgens de preses is het publiek voor FC Emmen cruciaal, waar dat voor andere clubs als Ajax wellicht in mindere mate geldt. „De wisselwerking met de toeschouwers geeft extra zelfvertrouwen en voorkomt dat wij door de ondergrens heen zakken. De ondergrens wordt op die manier als het ware afgedekt.”

Doorselecteren

De afwezigheid van het publiek moet volgens Lubbers niet als excuus worden aangewend voor de huidige plaats op de ranglijst. „Ook zonder publiek zouden we moeten kunnen winnen”, klinkt het stellig, om er vervolgens aan toe te voegen dat hij eveneens wars is van kritiek op de krapte van de selectie. Op de bank zitten volgens hem inderdaad te weinig spelers die rijp zijn voor een basisplaats in de eredivisie.

Maar toch, de beoogde basis moet sterk genoeg zijn om hetzelfde te presteren als vorig seizoen. Mensen die zeggen dat Lubbers zijn persoonlijke vermogen maar moet aanspreken om in de komende transferperiode spelers aan te trekken, zijn bij hem dan ook aan het verkeerde adres. „Zo denk ik niet. Je probeert er een stabiele club van te maken die zo snel mogelijk niet meer afhankelijk is van jou. Dan heb je er in de lengte van dagen nog iets aan. Je hebt er niets aan als het een feestje is van één persoon.”

Lubbers zegt regelmatig het verwijt te krijgen dat er in aanloop naar dit seizoen niet goed is doorgeselecteerd. Het vertrek van vaste contractspelers Lorenzo Burnet, Matthias Hamrol, Michaël Heylen, Tom Hiariej en van huurspelers Luka Adzic en Kerim Frei zouden onvoldoende zijn opgevangen, waardoor de club staat waar zij nu staat.

„Onzin”, zegt de preses. „We hebben de optie in het contract van Burnet niet gelicht en daarvoor haalden we Caner Cavlan. Een verbetering lijkt me. Hamrol vervingen we met Felix Wiedwald, een keeper met ervaring in de Bundesliga en de Championship. Ook een verbetering. Heylen vertrok en we haalden achtvoudig Oranje-international Ricardo van Rhijn. Die kan centraal achterin spelen en rechtsback, waarmee we ook alvast inspeelden op het eventuele vertrek van Glenn Bijl. Simon Tibbling kwam voor Hiariej, dat is ook geen verslechtering.”

Dan is er nog kwestie rondom huurspelers Frei en Adzic, die in de ogen van velen een belangrijke rol speelden in het elftal van trainer Dick Lukkien voordat de competitie een halt werd toegeroepen. Achteraf bezien valt de impact van die twee echter wel mee, meent Lubbers. Beiden werden in de winterstop gehaald. Frei speelde vervolgens drie volledige wedstrijden, maakte daarin een doelpunt en viel halverwege zijn vierde optreden geblesseerd uit. Adzic viel drie keer in en trof eveneens eenmaal doel.

„Weet je wat het geval was?”, vertelt Lubbers. „Het elftal liep lekker te voetballen en door het sausje van die twee eroverheen werd het misschien wel extra mooi. Dat zijn dingen waar mensen zich aan vastklampen. Begrijpelijk, maar vaak wordt vergeten om naar het DNA te kijken, oftewel de ondergrond en hoeveel water die moet hebben. Als je alleen aandacht hebt voor de bovenkant, dan gaat de plant hangen.”

Dat wil niet zeggen dat de Drentse clubvoorzitter zichzelf niets verwijt. Het is een gegeven dat de basis van het elftal vrijwel intact is gebleven en op sommige posities - althans op papier - is verbeterd, maar échte smaakmakers als Frei en Adzic die met één geniale ingeving de wedstrijd naar zich toe kunnen trekken, worden momenteel node gemist.

Aanwinst Donis Avdijaj kan voorin vooralsnog geen potten breken en er wordt na het zomerse vertrek van kapstokspits Jafar Arias nog altijd hevig verlangd naar een vergelijkbare opvolger. Iemand die de lange bal kan ontvangen, bij zich kan houden en in staat is om de vijandelijke centrale verdedigers met zijn lijf het leven zuur te maken. Tot teleurstelling van Lubbers en de zijnen haakten afgelopen transferperiode diverse kandidaten af voor diverse posities, waaronder die van Arias. Avdijaj was wat dat betreft een tweedehands pleister op een open wond.

„Sommige dingen gaan gewoon fout, toch? En als je zes deuken in je auto hebt, is het niet zo dat er zes keer een ander tegenaan is gereden. Dan ben je zelf misschien ook wel niet zo handig geweest. Dat moet je dan gewoon benoemen.” De preses zegt dat in januari nieuwe spelers komen, maar dat het lastig zal zijn om de gewenste kwaliteit binnen te halen. De rode lantaarn doet volgens hem af aan de aantrekkelijkheid van de club.

Desondanks werd Sydney van Hooijdonk de afgelopen weken veelvuldig genoemd als potentiële versterking. Daarover zegt Lubbers net zoals bij andere spelers ook bij de aanvaller van NAC te hebben geïnformeerd of hij überhaupt een overstap naar Emmen ziet zitten, „dat is alles”. Waaraan een aanwinst moet voldoen is wat betreft de nuchtere oer-Drent helder. „Omdat in januari zeven wedstrijden op het programma staan, moeten zij bij voorkeur wedstrijdfit zijn. We hebben al genoeg spelers waar fysiek een krasje op zit.”

Naast het ontbreken van de aantrekkingsfactor, ontbreekt het FC Emmen hoofdzakelijk wegens de coronapandemie ook aan financiële slagkracht. Mede daarom zal in januari afscheid worden genomen van een aantal spelers dat nauwelijks aan spelen toekomt. Wie dat zijn is nog niet bekend, maar het geld dat daarmee vrijkomt kan de club investeren op de transfermarkt.

Om diezelfde reden deed FC Emmen vorige week een oproep aan sponsoren om af te zien van compensatie voor gemiste wedstrijden, waar zij recht op hebben indien zij minder dan zestig procent van de thuisduels kunnen bijwonen. Het bedrag dat daarvoor is gereserveerd ligt boven de 1 miljoen euro. „Maar het is niet zo dat we met nieuwe spelers de problemen direct hebben opgelost. Er is geen Johan Cruijff of Messi die hier straks in de winter mee komt doen, alle ballen erin schiet en ervoor zorgt dat de rest van het elftal niets meer hoeft te doen.”

Zelfreflectie

Wat dat betreft is er genoeg werk aan de winkel voor trainer Dick Lukkien en zijn staf, die samen met de spelers worden geacht het tij te keren. Lubbers zegt er het volste vertrouwen in te hebben dat zij hierin slagen. Op de vraag of de wens tegen beter weten in vader is van de gedachte, antwoordt hij vastberaden ‘nee’. „Ik ben ervan overtuigd dat als iedereen de juiste wil heeft, het goedkomt en we niet degraderen. Natuurlijk heb ik weleens slapeloze nachten en zie ik de club liever in een andere situatie. Maar als je zelf niet voldoende in de spiegel kijkt, wat ik wel regelmatig doe, denk ik dat je nachten onrustiger zijn dan ik ze heb. Er is wat dat betreft volgens mij maar één manier om het tij te keren: voldoende zelfreflectie en keihard werken; daarmee komt het geloof en vertrouwen terug. Beide hebben we de afgelopen maanden niet goed genoeg gedaan.”

Lubbers ziet geen reden om een zondebok aan te wijzen. Het is volgens hem een collectief falen. Dit betekent niet dat Dick Lukkien, sinds 2016 zijn rechterhand, volledig vrijuit gaat. Dat bleek medio december rond de bekerwedstrijd tegen FC Groningen (2-1 winst) toen ESPN-presentator Hans Kraaij jr. de preses vroeg of het niet een goede zet zou zijn om het contract met Lukkien te verlengen.

„Ik zei toen ‘nee’, omdat hij nog tweeënhalf jaar vastligt. Waarop Hans vroeg of ik Dick nooit zou ontslaan. Ik antwoordde dat je dat nooit weet, want als je de komende zes wedstrijden verliest kunnen andere krachten een rol gaan spelen waar je geen invloed op hebt. Dick weet dat ook, daarvoor is hij nuchter en zelfkritisch genoeg. Maar bovenal is onze band een extra kracht gebleken en die band blijft. Dat betekent echter niet dat Dick, ik of de andere mensen binnen de club niets verkeerd hebben gedaan. Met die wetenschap moeten we iets doen en daar komen we sterker uit.”

Desondanks is volgens Lubbers wel erg ‘makkelijk’ om te zeggen dat als een team niet presteert, het aan de trainer ligt. „Aan de andere kant is het ook niet zo dat ik geen kritiek op Dick accepteer, die is soms gewoon terecht. Dat hoort erbij. Ik probeer er daarentegen wel voor te zorgen dat iedereen nuchter blijft nadenken. De chemie tussen Dick en de spelersgroep is namelijk nog niet uitgewerkt. Maar waar een winnende trainer altijd gelijk heeft, moet een trainer die niet wint een ander verhaal hebben. Wat dat betreft is het voor Dick een interessante leerfase, want de voorgaande vier jaar gingen hem redelijk voor de wind. Zo heb ik vorig jaar weleens gekscherend gezegd: ‘Jij denkt verdomme zeker over water te kunnen lopen?’ Dat gevoel is niet gek, maar als het minder gaat moet je daar weer van leren. Dat is tevens ook ons raakvlak: wij willen allebei elke dag bijleren.”

Easytoys

Hoe goed de band tussen beide mannen ook is, volgens Lubbers zal voorafgaand aan de competitiehervatting op 9 januari in eigen huis tegen FC Twente ‘flink’ geëvalueerd worden. „Het is niet zo dat we denken: de groeten en we zien elkaar begin januari wel weer.” Naast wat er nodig is om het tij te keren, zal tijdens dat gesprek ongetwijfeld ook Easytoys de revue passeren. De nieuwbakken hoofdsponsor is dit seizoen tot op heden een van de weinige lichtpuntjes aan De Oude Meerdijk.

In eerste instantie vond de KNVB het niet gepast dat de Veendammer fabrikant van pikante seksspeeltjes het shirt van FC Emmen zou gaan sieren. Na een publiekelijk robbertje vechten ging de voetbalbond alsnog door de knieën, tot blijdschap van Lubbers en Easytoys-directeur Eric Idema. Laatstgenoemde sprak van een ‘bevredigende uitkomst’.

„De samenwerking tussen beide partijen heeft uiteindelijk een hele positieve vibe met zich meegebracht”, blikt Lubbers terug. „Wat er precies in je slaapkamer op het nachtkastje ligt, hoef je natuurlijk niet te vertellen. Dát er iets ligt is nu veel minder taboe. Dat was ook het doel van de samenwerking. Kijk, als iemand vijftien jaar geleden een vibrator voor zijn vrouw had besteld en dat ding was er na vijf dagen nog niet, dan gingen weinigen erachteraan omdat je bang was dat je werd herkend. Tegenwoordig heb je het bestelde product een dag later al in huis en dat zeven dagen per week. Prachtig toch?” De Drent verzinkt even in zijn gedachten. „Als ik eerlijk ben heeft dit natuurlijk voornamelijk goed uitgepakt voor Easytoys. Maar het mooie is dat ze het wel even met ons hebben aangedurfd.”

Op de vraag wat de samenwerking hém en FC Emmen naast de 500.000 euro per jaar aan sponsorgeld - een stijging ten opzichte van de vorige sponsor - heeft opgeleverd, moet Lubbers even nadenken. „Door onze poot stijf te houden, hebben we laten zien waar we voor staan”, antwoordt hij uiteindelijk. „We deinzen als club nergens voor terug. Het kan natuurlijk zo zijn dat iets uiteindelijk niet lukt, maar dan moet je wel tot het allerlaatste moment hebben gestreden voor die andere uitkomst.”

De woorden van de 54-jarige Drent zijn doorspekt met zijn grootste drijfveer: laten zien dat er ook in Drenthe en omstreken wat kan worden bereikt. Wat is in dat geval beter dan met een regionale partner als Easytoys aan je zijde de eredivisieladder te beklimmen? Lubbers zou het niet weten. „Ik dacht direct: pats boem, dit gaan we samen doen.”

Stadion

In de poging het proces van de voorgaande jaren voort te zetten, zou degradatie een flinke tegenvaller zijn. Het zou de club terugwerpen in de ontwikkeling en bovendien de plannen voor een van Lubbers grootste wensen dwarsbomen. De kroon op de promotie van twee jaar geleden moet namelijk een nieuw stadion worden. De preses kan de beoogde locatie vanuit zijn kantoor aanwijzen, aan de Rondweg ten noordwesten van De Oude Meerdijk.

Onlangs nog kwam de bouw een stapje dichterbij, toen de gemeente Emmen haar fiat gaf om de plannen verder te ontwikkelen. Uit onderzoek bleek dat zowel nieuwbouw als verbouw van het huidige stadion haalbaar is. Belangrijk is dat wel dat de combinatie met andere vormen van sport, recreatie en entertainment toegestaan wordt. Over hoe dit allemaal moet samenkomen, wordt volgens Lubbers momenteel druk overlegd.

„Ik vind zelf niet dat alles moet afhangen van wel of niet degraderen”, zegt hij. „Als je met die horizon gaat kijken, moet je het helemaal niet doen. Kijk naar een SC Cambuur: die club gaat ook verder met de plannen voor een nieuw stadion ook al spelen ze in de eerste divisie. Stel - in het ergste scenario - dat we degraderen, dan zal het met de bestaande accommodatie heel lastig worden om weer te promoveren. Als je een stadion hebt waar je heel veel dingen mee kunt, is die kans groter. Dus in dat geval zal een nieuw stadion alleen maar sneller moeten worden gerealiseerd.”

Of dat realistisch is, moet nog blijken. „Allerlei partijen moeten er iets van vinden: provincie, gemeente, private partijen... Het is wel gebleken dat dit het proces niet bepaald versnelt.” Er wordt momenteel aan Emmen-zijde een paraplustichting opgezet om alle belangen samen te brengen en als één partij te kunnen optreden, laat Lubbers weten.

Hij voegt eraan toe dat de onderhandelingen met de ontwikkelaar in een ver stadium zijn, maar dat de financiële puzzel voor de bouw van het stadion nog altijd niet volledig is gelegd. „Er moeten onderling concessies worden gedaan. Ik hoop dat ‘ze’ daar binnenkort over uit zijn. Dan weet je in ieder geval zeker dat je van start kunt.”

Mocht dat niet lukken, dan is verbouw van het huidige stadion nog een optie. „Maar waar ik dan bang voor ben is dat door diverse partijen de kaasschaaf over de plannen wordt gehaald en je uiteindelijk achterblijft met een eindresultaat dat je van tevoren niet had gewild. Daarom koester ik nog altijd de verwachting dat het zover niet komt en dat het nieuwe stadion in het seizoen 2022-2023 bespeelbaar is. En ik heb er alle vertrouwen in dat we ons tot die tijd handhaven in de eredivisie, ook dit seizoen. De ommekeer gaat komen!”