Column Roelie Lubbers | Met een lach en een traan

De zoon kreeg voor zijn achtste verjaardag een vlieger van zijn vader. Met die vlieger wilde hij een brief naar zijn overleden moeder sturen via het touw. Er stond in dat hij zijn moeder miste en niet kon wennen aan zijn stiefmoeder. Het sentiment van de vader, de kinderlijke ideeën van de jongen, de vertederende liefde tussen vader en zoon, de rouw om de dode moeder, het niet kunnen verdragen van een stiefmoeder… André Hazes heeft er een waanzinnige smartlap van gemaakt. De tranentrekker werd tot twee keer toe een enorme hit.

We zien het ook bij de blues. De kracht van de sores in een lied! Het Nederlandse levenslied ontstond in de loop van de 19e eeuw in de arbeidersklasse. Ze werden in cafés voorgedragen en gezongen. Lange tijd werd dit genre weggedrukt, maar in de loop van de 20e eeuw werden ze populairder dan ooit. Inmiddels zijn levensliederen deel van ieders cultuur. Ze worden steeds meer geassocieerd met een knus gevoel van ouderwetse Nederlandse gezelligheid en van lekker met z’n allen meezingen. De kracht zit hem in simpele en krachtige teksten, een aansprekend sentimenteel onderwerp en een goed in het gehoor liggende melodie.

Het levenslied kan dus niet ontbreken in het culturele jaar. Sterker nog: we trappen ermee af door het levensliedproject waarbij deelnemers van hun eigen levensverhaal een lied maken. Met coaches en ambassadeurs gebruiken ze tekst en zang om het allerbeste uit zichzelf te halen. We verheugen ons al op de songs over vaders aan de drank, zonen aan het front, gebroken liefdes, een café zonder bier, maar ook over hemel en aarde, de Costa del Sol en... de ondergang van het coronavirus. Kortom, over ons leven met een lach en een traan.

Reageren? Stuur een mail naar: culturelegemeente@coevorden.nl of bezoek www.cultureelcoevorden.nl.