Grepen uit het verleden | oplossing aflevering 26

De foto van vorige week is ingezonden door Kerst Kooiker. Hij vertelt wat er op de foto te zien is. ,,In het eerste pand rechts had Jan Kooiker het depot van het merk Koningsgist. Dit depot heeft hij gehad tot 1947. In dat jaar nam Lubbertus Kooiker het depot over, dat verhuisde naar de Van Heutszsingel.

Het volgende pand is de bakkerswinkel van Hans Assen. Daarnaast was café Arends. Op de achtergrond staat nog de molen aan de Parallelweg.” De krant lag bij mevrouw Kampman amper op de mat toen ze belde dat je in de verte tegen de molen van Olsman aankijkt. ,,Bij slager Dijkstra kon je tijdens de oorlog gratis het nat van het koken van het vlees ophalen. Mijn moeder kookte daar altijd soep van.”

Bert Wessel haalde mooie herinneringen op toen hij de foto zag. ,,Rechts het pand waar later Jan Meijboom zijn dierenwinkel had. Het gangetje tussen het volgende pand van bakker Assen liep richting de bloemenkas van Spijkman bloemen. Hier werkte Gerrit Jan Spijkman om plantjes te stekken. Op het pad richting de kas speelden wij als kinderen altijd tijdens de oorlogsjaren en iets later nog tijdens de lagere schooltijd. Ik speelde daar met Gerard Grobben, Jan Genegel, Gerrit Kleis en Henk Croezen.”

Dat er in die jaren ook een gezonde rivaliteit was tussen Gemanicus en Raptim blijkt volgens Wessel wel uit het volgende: ,,Bij bakker Assen ging ik altijd via onze achtertuin brood halen. In de bakkerij werkte Jan Assen. Hij was keeper van Raptim. Wij pesten hem altijd door te zeggen dat Germanicus beter was dan Raptim. Jan kwam dan naar buiten en gooide vaak met een emmer water naar ons. Het volgende pand was van Jan Meijboom, hier runde hij een tabakswinkel.”

Even verderop bevond zich café Drenthina waar tijdens kermissen en evenementen zoals de Ganzenmarkt en de Biestemaondagen het stampvol was met boeren uit de omgeving. Wessel: ,,Ze lieten zich lekker vollopen om ‘s avonds in hun eigen dorp het feest voort te zetten.”

Frans Litmaath weet ook nog een aantal namen uit zijn mouw te schudden. ,,De precieze volgorde weet ik niet meer. Rechts was café Drenthina van de familie Arends, Spijkman met hun kolen en oliehandel Candia.”