Alleen maar jij, je fiets en je omgeving

Wil je even weg en uit je hoofd? Stap op de mountainbike. Verspreid over Drenthe vind je een keur aan mtb-routes. Voor Thuis in het Noorden fietst verslaggever Paul Straatsma de route van Ruinen. Eind dit jaar hoopt hij weer mee te doen aan de Drenthe 200.

TEKST PAUL STRAATSMA
Ziezo, het seizoen is weer geopend. Ik hoor het mezelf denken, als ik een paar honderd meter na de start van de route in Echten het asfalt achter me laat en het bos in duik. Over het smalle pad scheer ik langs de bomen. Vlak erna volgen een paar uitgesleten bochten, in volle vaart, een beetje schuin zoals je op wielerbanen ziet. Lekker zo’n inkomertje.
Hoog tijd dat ‘seizoen’ te openen. De afgelopen maanden heb ik niet op de mountainbike gezeten, geen ‘meters gemaakt’. En dat terwijl ik vast van plan ben tussen kerst en oud en nieuw weer mee te doen aan de Drenthe 200, de 200 kilometer lange mountainbiketocht door, zoals de organisatie haar evenement aanprijst, ‘het mooiste wat Drenthe te bieden heeft aan onverharde paden en singletracks’. Dit jaar zag deze jongen Abraham, een extra motivatie, maar u begrijpt, er dient een trainingsachterstand te worden weggewerkt – en een buikje.
 
BOERENKOOL EN BIER

Mentaal is de voorbereiding allang begonnen, meteen al toen ik vorig jaar de finish bereikte en mijn muntjes inruilde voor de stamppot boerenkool en de pot bier. Ben er stiekem best trots op, die Drenthe 200. Doet het goed op feestjes en bij collega’s van de krant – zeker bij sportredacteuren, doorgaans zo bezeten van sport dat ze er zelf nooit aan toe komen. De ongelovige blikken – ,,wat die Drenthe 200, jij?!” – als je ‘per ongeluk’ laat vallen dat je de tocht hebt gefietst; ik kan er weken op teren. Ach zoveel stelt het niet voor, je mag er 18 uur over doen. Ik kies m’n eigen tempo, lekker alleen, maak een praatje, hang een beetje de toerist uit. Als ik de verzorgingspunten passeer, worden die soms alweer afgebroken, wat vaak extra snert of pannenkoeken oplevert – ,,anders wordt het toch maar weggegooid”. Ik hoor dan ook tot de laatste tien deelnemers die de finish halen, who cares.
Ik moet toegeven: de laatste twee edities zat het weer mee. Hoe anders was het in 2017, de eerste keer dat ik meereed: wekenlang regen had het parcours veranderd in één groot blubberbad. Een minderheid van de ruim duizend starters haalde de finish. Ik stapte ook af, na 135 kilometer, toen de schemer inviel, al verschuil ik me erachter dat m’n verlichting het begaf, heerlijk die dramatiek. Ik weigerde de lift van mijn vrouw – toen was ze nog ‘mijn vriendin’, maar de Drenthe 200 bespoedigde vast het huwelijk – en fietste 25 extra kilometer naar huis; door de regen, zonder licht, maar over goddelijk glad asfalt. Daar wachtte ze me op en zette me onder de douche.
 
BOOMSTRONKEN
Nog niemand gezien vandaag op de route, heerlijk. Met wat geluk heb je zo’n mtb-parcours voor je alleen. Eerlijk gezegd zie ik de singletracks als een noodzakelijk kwaad. Lange brede zandpaden zijn mijn ding, ploeteren, heerlijk. Maar een ‘technisch parcours’ met smalle, bochtige paadjes, heuvel op, heuvel af ... Voor mtb’en ben ik eigenlijk helemaal niet in de wieg gelegd, ik ben geen durfal. Heb ook geen klikpedalen, doodeng die dingen. En wat ik haat: boomstronken. Sommige singletracks zijn ermee vergeven. Vreselijk, al die klappen op handen, armen, schouders en het klokkenspel in je broek.
Wat is er dan toch mooi aan mountainbiken? Je bent echt even helemaal weg, uit je hoofd. Punt. Er is even alleen maar jij, je omgeving en de manier waarop jij je fiets erdoorheen loodst. Even uit het zadel, omhoog voor die kuil, aanzetten voor dat klimmetje, schrap zetten voor die bocht. Je ogen loeren naar die paar meter voor je, in je hoofd fiets je die al. Het rare: ook al vreet een kilometer door mul zand meer energie dan een kilometer over asfalt, het voelt makkelijker, want je bent veel actiever. Racefietsen zijn voor watjes.
Geen idee waar ik op de route ben. Tja, dat hoort ook bij mountainbikeparcoursen. Er zou een luchtwachttoren uit de Koude Oorlog langs de route staan, niets van gezien. Je moet ze trouwens niet de kost geven die geen enkele aandacht hebben voor de omgeving. Voor veel mtb’ers maakt het niets uit waar ze fietsen, als ze maar los kunnen. Met de Drenthe 200 net zo, de jonge honden vliegen voor je uit. Doen de natuurbeheerders heel handig; je zet zo’n parcours uit in een gebied waar de natuurwaarde niet zo hoog is, en je voorkomt overlast in andere delen van het natuurterrein.
 
CLINT EASTWOOD-LOOK
Over jonge honden gesproken: de zoon van mijn vrouw is ook van plan aan de Drenthe 200 mee te doen. Hij kreeg van ons een mountainbike, om hem van de luie bank te krijgen. Dat lukte en hielp hem zelfs door de lockdown. Ik zie nu al voor me hoe hij in december voor me uit fietst, vastbesloten ‘een tijd’ neer te zetten. En ik zie nu ook al voor me hoe hij – ik hoop op zo’n kilometer of 135 – erdoorheen zit en mijn wiel nodig heeft. Ik oefen alvast mijn Clint Eastwood-look, hoor het mezelf denken: Hey buddy, you made my day.
Terug in Echten. Die 20 kilometer vlogen veel te snel om. Lekker parcours, vrijwel alleen bos, een paar keer uitzicht over heide, jammer van die paar kleine stukjes asfalt, maar daar ontkom je niet aan. Niemand gezien, alsof je in Scandinavië fietste. Ziezo de kop is eraf. Maar ik moet nog heel veel kilometers maken ...

MOUNTAIN BIKEPROVINCIE
Drenthe is de moutainbikeprovincie van het Noorden, en misschien wel van heel Nederland. Het heeft dan ook een flink aantal uitgezette mountainbikeroutes, waarvan de route bij Ruinen er een is. (Overigens start de route bij Echten en doet hij Ruinen niet aan.) Veel mtb-routes zijn met verbindingsroutes aan elkaar gekoppeld. Zo is de route bij Ruinen verbonden met de mtbroute bij Zuidwolde en met die van Dwingeloo. Wie wil kan de hele dag mountainbiken. Voor een overzicht van de mountainbikeroutes:

www.mtbroutes.nl