Coevorder krantenbezorger (84) staat iedere dag goedgemutst om 4 uur op

Nooit staat de 84-jarige krantenbezorger Henk Zomer uit Coevorden chagrijnig op, als om 4 uur ‘s nachts de wekker gaat. ,,Ik ben dankbaar dat het bezorgen van kranten me uit dat rare slaapritme heeft gehaald.’’

Hij was al 70 toen hij zich als bezorger meldde bij de depothouder in Coevorden. In de eerste jaren bracht hij enkel Dagblad van het Noorden rond, later kwamen daar Volkskrant, Telegraaf en het AD bij. ,,Nee, het is daardoor niet ingewikkelder geworden. De route zit goed in mijn hoofd. Alleen op zaterdag moet ik soms even spieken, want dan zijn er ook veel weekendabonnees. Het bezorgen gaat me moeiteloos af. Ik ben nooit moe.’’

Dagelijks meer dan honderd kranten

Ondanks zijn 84 jaar is Zomer goed voor meer dan honderd kranten per ronde, meer dan menig andere bezorger. Coevorden is zijn werkterrein. ,,Ik heb eens uitgerekend dat ik dagelijks goed ben voor zo’n 10 kilometer op de fiets. Om 4 uur gaat de wekker. Ik schiet dan snel de kleren in en ben vervolgens vaak als eerste op het depot, waar alle kranten liggen. Even na zessen kom ik doorgaans thuis. Ik kruip dan steevast nog even het bed in, om een paar uurtjes te slapen.’’

Nee, gemopper van zijn vrouw (80) krijg hij dan niet. ,,Omdat ik ijskoud het bed inschiet? Ik heb het nooit koud. Soms wil ze even praten, maar dan zeg ik ‘ssst, ga maar slapen’. Binnen een paar minuten ben ik weg. We zijn heel gelukkig samen, hebben het heel goed. Ook met onze drie kinderen. Volgend jaar zijn we 60 jaar getrouwd!’’

‘Ik voel me er kiplekker bij’

Of hij de oudste bezorger van Nederland is, weet hij niet. In het depot hangt een artikel uit de Telegraaf van vorig jaar, over een krantenbezorger van 84 jaar. ,,Maar ik heb geen idee of die nog steeds aan het werk is. In augustus word ik 85. Zo lang mijn gezondheid het toelaat, ga ik door. Ook met mijn volkstuin. Ik voel me er kiplekker bij. Mijn vijf kameraden van vroeger zijn allemaal overleden. Zij waren altijd wat meer in hun doen en hun laten. Ook de man die altijd de gangmaker was, is er niet meer. Je gezondheid heb je niet voor het zeggen. Kijk maar naar het coronavirus. Wat komt, dat komt.’’

Met 13 jaar in de kost bij boer

Zomer heeft een bewogen leven achter de rug. Hij ging al op 13-jarige leeftijd uit het ouderlijke huis, dat stond in Alteveer. ,,Ik kom uit een gezin met twaalf kinderen. Ik wilde graag naar de ambachtsschool, om smid te worden. Maar daar kwam niks van in. Mijn vader vond dat ik geld moest verdienen, dus ging ik in de kost bij een boer in de buurt om koeien te melken. Tien gulden per week verdiende ik daarmee. Ja, ik was al vroeg zelfstandig. Maar toch niet helemaal, want iedere week kwam mijn vader langs om het geld op te halen. Ik mocht dan 50 cent houden. De boer gaf me altijd nog een gulden erbij, maar waarschuwde ervoor niets tegen mijn vader te zeggen. Anders was ik dát geld ook nog kwijt.’’

Zes jaar hield hij dat vol. Na de militaire dienst kon hij niet terug, want de boer had inmiddels melkmachines aangeschaft. Hij kwam terecht bij Philips in Hoogeveen en later de zilverfabriek Van Kempen en Begeer, in Coevorden. Via de Heidemij werkte hij jaren voor de NAM in Schoonebeek. ,,Daar heb ik een ding geleerd. Er zijn mensen die heel hard werken, en mensen die dag in dag uit geen klap uitvoeren. Laat ik maar niet zeggen wie doorgaans op welke werkplek zit.’’

De hele nacht maar wat televisie kijken

Van zijn pensioen genoot Zomer met volle teugen. ,,Alleen had ik één probleem. Drie nachten achter elkaar sliep ik goed, maar de vierde nooit. Dan keek ik de hele nacht maar wat televisie, of speelde kaartspelletjes als patience. Ik werd daar zo flauw van. Op een dag zag ik dat ze krantenbezorgers zochten. Het leek mij de ideale mogelijkheid om uit dat rare slaapritme te komen. Mijn vrouw wilde er in het begin niets van weten, maar ik heb toch doorgezet. Ze is er nu nog blij om! Ik slaap nu als een roos, iedere nacht weer.’’

Sneeuw en regen

Daar is hij zo dankbaar voor dat ook sneeuw, regen en ijzel hem niet in een slecht humeur brengen, als hij midden in de nacht bij het opstaan even uit het slaapkamerraam kijkt. ,,Bij slecht weer trek ik gewoon twee regenpakken over elkaar aan. Geen centje pijn!’’