Wildlands Backstage
Door Hanneke Wijshake

Preventieve diergeneeskunde

In Wildlands komen jaarlijks vele duizenden, zelfs honderdduizenden gasten. Al deze gasten kunnen potentieel in nauw contact komen met veel van onze dieren.

Zo is het mogelijk om geiten en schapen te aaien in het Dogondorp, lori’s te voeren in Birdy Bush, kun je heel dicht bij de doodshoofdaapjes komen en kan het zomaar zijn dat je op een bankje gaat zitten waar eerder de maki’s pauze op hebben gehouden.

Dat lijkt onschuldig, maar net zoals mensen kunnen dieren ziek worden, en in sommige gevallen kunnen zij dierziekten op mensen overdragen. ‘Zoönosen’, heten zulke ziekten. Onze gasten zouden in theorie dus ziek kunnen worden van de dieren waarmee zij on contact komen. Als dierenarts is het dus heel belangrijk dat ik, als dierenarts, ervoor zorg dat dat niet gebeurt.

Onze dieren en hun uitwerpselen worden heel regelmatig getest, zodat ik heel zeker weet dat zij bepaalde zoönosen niet bij zich dragen en dus ook niet kunnen overbrengen. Andere dieren worden om die reden gevaccineerd: de schapen en geiten, bijvoorbeeld, tegen de bacterie die Q-koorts veroorzaakt: dat is voor ‘kinderboerderijdieren’ zelfs wettelijk verplicht na de grote Nederlandse uitbraak in 2008. In Wildlands is deze ziekte nooit aangetroffen, maar we moeten het zekere voor het onzekere nemen.

Een ander voorbeeld zijn de doodshoofdaapjes. Ook zij worden jaarlijks gevaccineerd, en dat is nogal een opgave: doodshoofdaapjes onthouden namelijk feilloos wie de persoon was die hen een prik gaf. En dat vertellen zij zelfs door aan hun kinderen en kleinkinderen, zodat deze persoon levenslang door hen ‘uitgescholden’ wordt. Met andere woorden: als ik één keer de doodshoofdaapjes vaccineer, dan kan ik het voortaan vergeten om hen nog normaal te kunnen observeren. Daarom worden de doodshoofdaapjes door een daarvoor opgeleide verzorger, één van een heel andere afdeling, gevaccineerd.

Gelukkig zijn niet alle dieren zo: de ringstaartmaki’s zijn wél vergevingsgezind…