Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

Coevorden was jarenlang een belangrijke spil in de eierhandel

Het in 1930 gebouwde inpak- en verzendbedrijf van de Oostelijke Pluimvee Coöperatie - kortweg O.P.C. genoemd - stond op een daalders plekje vlak aan het spoor.

In het Algemeen Handelsblad van 5 december 1929 werd al aangekondigd dat de O.P.C. in verband met de gunstige ligging van Coevorden een zogeheten eierhal zou gaan bouwen. De architecten G. en W. Wieringa ontwierpen het gebouw, bij de aanbesteding waren er maar liefst 23 inschrijvingen. Het aantal inschrijvingen zal alles te maken hebben gehad met de slechte economische situatie in de jaren dertig van de vorige eeuw.

De opening van de eierhal vond woensdag 6 augustus 1930 plaats. Het bestuur van de O.P.C. had verschillende autoriteiten uit de provincies Drenthe en Overijssel uitgenodigd en dan met name uit Salland en Zuidoost-Drenthe, waar de pluimveehouderij in die jaren zo sterk was toegenomen. Terwijl de genodigden in de eierhal thee en sigaren kregen aangeboden, nam de voorzitter van de O.P.C. het woord. ,,De plaats voor den bouw leverde allereerst een aantal moeilijkheden op. Dankzij de onvolprezen medewerking van de Spoorwegmaatschappij waren wij eindelijk zoo gelukkig te kunnen besluiten tot den bouw op de plaats, waar wij ons thans bevinden. Door de prachtige samenwerking van onzen directeur met de heeren Wieringa werd ook de inrichting vastgesteld en op welke niet voldoende te loven wijze dit is geschied, zien wij thans reeds met enkele blikken en zal U allen straks nader worden getoond.”

De eierhal van de O.P.C. draaide goed in Coevorden. Uit het jaarverslag bleek dat over het jaar 1932 aan de centrale ontvangstplaats in Coevorden in totaal 25.782 kilo eieren waren afgeleverd. Over het jaar 1938 hadden de vestigingen in Enschede en Coevorden samen een omzet van in totaal 53.895.329 eieren tegen 43.776.661 eieren in 1937: de aanvoer was met liefst bijna 22 procent gestegen.

Aan het einde van de oorlog, om precies te zijn op 5 januari 1945, deden de Duitsers een inval in het gebouw omdat het vermoeden bestond dat er verboden activiteiten plaatsvonden. Bij het doorzoeken van de bovenste etage werden enkele verstopte autobanden gevonden. Daarna werd het gebouw door de Duitsers gebruikt voor het opslaan van gevorderde materialen.

De eieren werden met vrachtauto’s naar Coevorden vervoerd en daar ging ook wel eens wat mis. Het Nieuwsblad van het Noorden kopte op 23 augustus 1951: ‘Eierstruif op straat’. Een vrachtauto van de O.P.C. die in de gemeente Oldemarkt eieren had verzameld en weer op weg was naar Coevorden, kwam in de bocht Tuk bij Steenwijk frontaal in botsing met een grote Groninger vrachtwagen, beladen met betonblokken. De bestuurder uit Coevorden raakte bekneld en werd naar het ziekenhuis in Meppel vervoerd. Van de 31.000 eieren rolden er meer dan 15.000 over de straat en gingen verloren. In 1952 raakte een vrachtauto, geladen met 50.000 eieren, in een gracht in Giethoorn. De bewoners kwamen van alle kanten toesnellen om naar eieren te vissen. Begin jaren vijftig werden door de O.P.C. jaarlijks tussen de 30 en 35 miljoen eieren verhandeld. De meeste eieren werden geëxporteerd.

In 1961 werd in opdracht van het bestuur van de O.P.C. door het architectenbureau Wieringa de verbouw en uitbreiding van het eierhalcomplex aanbesteed. Laagste inschrijving was van Santman uit Coevorden met 72.700 gulden. Zeven jaar later heeft de O.P.C. de activiteiten in Coevorden gestaakt.