Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

Zo zag de gemeentegids van Coevorden er in 1932 uit

Onlangs werd de informatiegids van de gemeente Coevorden weer huis aan huis bezorgd. In 1932 was er ook al een gids voor Coevorden die met medewerking van het gemeentebestuur werd uitgegeven.

In de huidige staat een voorwoord van de uitgever, in die van 1932 werd het voorwoord door burgemeester Gautier geschreven. “Gaarne wil ik voldoen aan een verzoek om bij een gidsje voor Coevorden een kort voorwoord te schrijven”. Gautier vervolgt zijn voorwoord verder, na een korte inleiding over de historie van Coevorden met ‘Aan te toonen dat de plaats ook in modern opzicht belang ontbloot is, is het doel van dezen gids, die den vriendelijken lezer, naar ik hoop, duidelijk zal maken dat Coevorden er met succes naar streeft zijn positie van centrumgemeente van de Zuidoosthoek van Drenthe en den Noordoosthoek van Overijssel steeds meer te bevestigen en, voor een kleinere gemeente, in staat is den inwoner en den bezoeker vrij veel aan te bieden wat in vele andere gemeenten van dien omvang noode wordt gemist’.

Naast de vele advertenties wordt ook uitgebreid stilgestaan bij de geschiedenis van Coevorden anno 1932. Coevorden kende in die jaren vele groot- en kleinhandelaren op allerlei gebied, terwijl de winkelstand met de grote plaatsen kon wedijveren. Ook voor toeristen was Coevorden een aantrekkelijke plaats, want ‘Flinke hotels en cafés van allerlei rang treft men hier aan en het is algemeen bekend, dat de consumptie uitstekend, de prijzen laag en de bediening zeer goed is. In enkele van deze inrichtingen bevinden zich ruime zalen voor uitvoeringen en vergaderingen’. ‘De Loo’ van de heer Kloosterhuis werd nog apart genoemd, zal waarschijnlijk komen omdat hij een advertentie van een hele pagina in de gids had staan. De zaak gelegen aan de weg naar Coevorden en Dalen had een thee-, speel- en schaduwrijke wandeltuin en bood plaats voor 400 á 500 kinderen. In de advertentie werd vermeld dat het op 10 minuten van het spoorstation en aan een tramhalte was gelegen.

In die jaren was Coevorden ook een knooppunt op transportgebied, want het had spoorwegen in drie richtingen, tramwegen in drie richtingen, scheepvaartkanalen in vijf richtingen en wegen in vier richtingen. Daarnaast waren er mogelijkheden voor overslag van goederen tussen spoor en schip en tussen tram en spoor en waren er directe spoor-, kanaal- en wegverbindingen met Duitsland.

In tijden van de vesting kwam het nogal eens goed uit tijdens natte tijden dat de riviertjes het Drostendiep, Loodiep en Schoonebeekerdiep het water niet snel genoeg konden lozen en daardoor buiten hun oevers traden. Maar na de ontmanteling van de vesting was het voor de landbouw en veeteelt niet eenvoudig om gebruik van de gronden te maken. Daar kwam verandering in door de oprichting van waterschappen. Voor het gebied ten oosten van de stad werd waterschap ‘Weijerswold’ opgericht, voor het westen en zuiden van de stad werden ‘De kleine Vecht’ en ‘Mars, Heeghe en Klinkenvlier’ in het leven geroepen. Met dank aan Gedeputeerde Staten en Provinciale Waterstaat kende drie waterschappen. Het gidsje besluit met de mededeling dat in 1933 waarschijnlijk voor de sport de voetbal-, tennis- en korfbalvelden als ook een renbaan en ijsbaan gereed zullen zijn.

In ‘Kiek Nou ‘s!’ duikt Herman Woltersom in het heden en verleden van markante gebouwen in de gemeente Coevorden. Reacties: hwoltersom@hetnet.nl