Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

Waarom de gereformeerde kerk van Coevorden pas in de 20e eeuw groeide

De gereformeerde kerk aan de Van Heutszsingel in Coevorden werd in 1911 gebouwd. De plek lag destijds buiten de stad, maar de kerk ontstond al in 1842.

Op een door Jan Schatens samengestelde folder voor de Open Monumentendagen Coevorden in 2005 staat te lezen dat in 1842 het besluit viel van de Afgescheidenen om een nieuwe gemeente te stichten en het ‘Hervormd Genootschap’ los te laten.

In de eerste notulen van de kerkeraad staat: ‘Waar wij leden van de Kristelijke Afgeschijdene Gemeente door Gods genade zijn ingelijft geworden op den 6 December 1842 door Dominee Midema, leraar te Assen.’ De kerkeraad der Nederlands hervormde gemeente besprak op 10 december de hem toegezonden akte van afscheiding: het nieuwe kerkgenootschap had er geen gras over laten groeien. Op 2 februari werden de eerste kerkeraadsleden gekozen. Een kerkgebouw gaf veel hoofdbrekens. De eerste bijeenkomsten werden in de woning van koperslager Coelingh gehouden, later beschikte de gemeente over een gehuurd bovenhuis.

De eerste predikant was dominee Teunis uit Staphorst, hij kwam in 1849 naar Coevorden. De dominee kreeg een traktement van 300 gulden per jaar met ‘vrij brand en aardappelen en wat er dan nog meer bij kwam’. In 1892 kreeg het beroep predikant ook nog een ‘bok’ (schuit) turf per jaar toegezegd. Teunis bleef twee jaar en werd opgevolgd door ds. Kuiper die een eigen kerkgebouw in Coevorden probeerde te krijgen. Dat lukte in 1852 want toen werd voor duizend gulden ‘een huis met verscheidene kamers, in het lange gebouwd’ in de St. Jansstraat aangekocht en met hulp van vrijwilligers werd het huis in een kerk met pastorie veranderd.

Dominee Kuipers wijdde het gebouw in en Coelingh legde de eerste steen. De groei van de gereformeerde kerk zat er in de negentiende eeuw niet echt in, maar dat veranderde aan het begin van de twintigste eeuw door de toename van het aantal inwoners van Coevorden en door de richtingenstrijd in de Nederlands hervormde kerk, waardoor verschillende hervormden hun toevlucht in de St. Jansstraat zochten. De toeloop werd een gegeven moment zo groot dat de kerkenraad in 1911 besloot een nieuwe grote kerk te bouwen buiten de stad en wel op een stuk grond aan de Van Heutszsingel.

De kerkenraadsleden hadden de grootste moeite de mensen uit te leggen dat de gekozen plaats, omdat het buiten de stad was, toch echt wel geschikt was. Op de ledenvergadering stemden 60 ‘manspersonen’, mannen mochten in die jaren alleen nog stemmen, voor de plannen en maar 6 tegen. Daarna ging men voortvarend te werk. Op zaterdag 27 januari 1912 werd in café Belt door notaris Weijs voor het kerkbestuur der Gereformeerde Gemeente bij palmslag het kerkgebouw, de pastorie en een gebouw ingericht voor woning en schuur verkocht. De percelen waren op aanvraag bij ds. Roorda te bezichtigen. De aanbesteding voor de bouw van de nieuwe kerk was op 15 juli 1912 en daar was de firma Epping en Briuintjes met 17940 gulden de laagste inschrijver.

De kerk met pastorie aan de St. Jansstraat werd in 1912 voor f 7.500 verkocht aan kolenhandelaar Arend Spijkman. Na enige jaren werd de kerk als kolenopslag gebruikt en ging Spijkman zelf in de pastorie wonen.

In ‘Kiek Nou ‘s!’ duikt Herman Woltersom in het heden en verleden van markante gebouwen in de gemeente Coevorden. Reacties: hwoltersom@hetnet.nl