Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

De bijzondere historie van molen Albertdina (II)

Molen Albertdina in Noord-Sleen is een achtkante grondzeiler en gebouwd op een heuveltje van ongeveer 60 centimeter hoog. De romp van de molen is een rietgedekte grenen achtkant op een gemetselde voet. Ook de kap is rietgedekt. De molen is ingericht met één koppel maalstenenen.

De eerste molenaar was Frederik Westerling. Hij kwam met zijn gezin in 1902 naar Noord-Sleen. Volgens geruchten heeft hij in 1905 de molen in brand gestoken, de woning bij de molen stond in 1908 plotseling in brand. Ook toen zou Westerling brand gesticht hebben. Een aantal inwoners van Noord-Sleen ontdekte dit en verjoegen hem met stenen. Volgens de Vereniging De Hollandsche Molen zijn negen molens waarvan Westerling de molenaar was afgebrand. De molenbrand in Noord-Sleen kon met zekerheid aan Westerling worden toegeschreven. Na de herbouw van de molen werd Jan Ziengs de nieuwe eigenaar. Het aangevoerde graan, rogge en haver werd meestal met windkracht gemalen. Na de dieselmotor kwam er een elektro motor. Ziengs had met de dieselmotor slechte ervaringen waarna hij na de eerste wereldoorlog overstapte op een elektromotor. De molen in Noord-Sleen had ook een sociale functie. Het was een ontmoetingsplek voor boeren die iets kwamen halen of brengen en dan was er volop tijd voor een praatje.

De molen is diverse malen gerestaureerd en dat ging niet altijd van een leien dakje. Albertdina is zwaar en degelijk geconstrueerd en herstel of vervangen van onderdelen kost veel geld en is zeer arbeidsintensief. De eerste poging tot restauratie werd in 1948 gedaan, de kosten waren toen begroot op bijna 6000 gulden. De restauratie zou pas in 1953 worden uitgevoerd, de kosten waren inmiddels wel opgelopen tot ruim 8000 gulden. Bij de forse restauratie van de molen in 1953 werd de kap grondig hersteld en werden de zolders vertimmerd.

Burgemeester Van Royen wees er in zijn toespraak nog op dat de molen vooral in de oorlogsjaren buitengewoon goede diensten had bewezen aan boeren en burgers uit Noord-Sleen en omgeving. Er werd tijdens de bezettingsjaren dikwijls clandestien gemalen voor bewoners uit de gehele omtrek. En geen Duitser die er erg in had. De Duitsers hebben de molen ook altijd als een bedreiging gezien. Zij waren bang voor schutters die zich in de molen zouden kunnen verbergen. In de oorlog werd ook een tocht gemaakt naar Leeuwarden. Met paard en wagen heen en terug naar Koopman’s Meelfabrieken. Het lijkt nu een avontuur maar werd door bombardementen onderweg een bizarre tocht.

In 1977, de molen was toen allang buiten bedrijf, volgde een nieuwe grote herstelbeurt waarbij de molen een ware transformatie onderging; het dakleer op de kap en achtkant maakte plaats voor riet. Beide roeden werden vervangen en oud-Hollands opgedekt. Het gevlucht werd bij die gelegenheid wat aan de korte kant gehouden, mogelijk vanwege een schuur dichtbij de molen.

Daarna is er in 1994 nog een ingrijpende restauratie geweest, daarbij werden onder andere de voeghouten vervangen en het hekwerk van de wieken is geheel vernieuwd. Waren de kosten in 1953 nog ruim 8000 gulden, aan de laatste restauratie hing een prijskaartje 185.000 gulden.

De molen verkeert nog steeds in een prima staat. Met enige regelmaat malen de vrijwilligers - als de windkracht groot genoeg is.

In ‘Kiek Nou ‘s’ duikt Herman Woltersom in het heden én verleden van markante gebouwen in de gemeente Coevorden. Reacties: hwoltersom@hetnet.nl