Kiek nou 's!
Door Herman Woltersom

De bijzondere historie van molen Albertdina (I)

De voorganger van de huidige molen Albertdina in Noord-Sleen brandde in 1904 af. De tweede voorganger van de Albertdina werd gebouwd met een gebruikte achtkant dat afkomstig was uit Groningen, de Concordia, en brandde in 1906 af.

De molen werd weer herbouwd met een in 1905 afgebroken molen uit Usquert, de molen van Grashuis. De huidige molen werd in 1906 voor F. Westerling opgebouwd door H. Wiertsema uit Scheemda.

De molen werd toentertijd bediend door mulder Ziengs, daarna volgde nog een generatie Ziengs die er voor zorgde dat de molen bleef draaien. Albert Ziengs, zoon van het laatste molenaarsgeslacht uit Noord-Sleen, die naast de molen ook een gemengd boerenbedrijf had is dit jaar in januari op 97-jarige leeftijd overleden.

Bij de raadsvergadering van 22 december 1922 werd een verzoek om verharding van een wegje bij de molen van Jan Ziengs in Noord-Sleen in handen van burgemeester en wethouders gegeven. In het Nieuwsblad van het Noorden stond 22 januari 1931 de volgende advertentie “Wegens bijzondere omstandigheden, tegen 1 maart of 1 mei, een Molenaarsknecht of vergevorderd Leerling, bekend met wind- en electro malerij” informatie was bij J. Ziengs Noord-Sleen te verkrijgen. In 1940 had ook bij molenaar Ziengs de telefoon zijn intrede gedaan want er werd weer een Molenaarsknecht gevraagd, inlichtingen waren toen te verkrijgen op telefoonnummer 17.

In de gemeenteraad van Sleen werd tijdens de raadsvergadering in december 1952 een bijdrage van 829 gulden en 62 cent voorgesteld als subsidie aan de heer Schepers uit Noord-Sleen voor de restauratie van diens windkorenmolen. Naast de gemeente droeg ook de provincie bij en was er financiële steun van particulieren. Oktober 1953 werd de gerestaureerde molen weer officieel in gebruik genomen. Onder grote belangstelling werd de door de firma Bremer en Zn uit Adorp de gerestaureerde molen door burgemeester Van Roijen officieel in gebruik gesteld. Dat gebeurde door de vang los te trekken waarna de molen begon te draaien. “De aanwezigen hebben kunnen vaststellen dat door deze restauratie de molen is herschapen in een schitterend cultureel monument, dat tevens voor nuttige doeleinden kan worden aangewend”.

Sleen was toen nog vier windmolens rijk wat in de provincie Drenthe zeldzaam was. Drie molens waren toen al gerestaureerd en aan de vierde werd gewerkt. Verschillende autoriteiten waren voor de ingebruikname van de molen naar Noord-Sleen gekomen. Zo was mr. Tj, Wierenga, griffier van de Staten, drs. H. M. Franssen, chef van het Kabinet van de Commissaris van de Koningin aanwezig, wethouder en gemeenteraadsleden, de gemeentearchitect en natuurlijk vertegenwoordigers van de Algemene Nederlandse Molenaarsbond. Molenaar Schepers gaf in 1958 een interview aan het Nieuwsblad van het Noorden met de prachtige titel “In Sleen wuiven wentelende wieken naar het luchtruim”. Schepers kwam oorspronkelijk uit Weerdinge maar liet al sinds 1945 in zijn molen het boerengemaal tot meel verpulveren. Dat was toen ongeveer 80 tot 100 mud per dag. En oh ja, hoe komt het nou dat de molen de naam Albertdina op de kap draagt. Nou, dat is eigenlijk heel eenvoudig, laat de vrouw van Schepers nou toevallig Albertdina heten.

In de volgende aflevering van Kiek nou ‘s! komen meer verhalen over de molen Albertdina aan bod.

In ‘Kiek Nou ‘s’ duikt Herman Woltersom in het heden én verleden van markante gebouwen in de gemeente Coevorden. Reacties: hwoltersom@hetnet.nl